Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
445
Ts dan misschien de behendigheid, vaardigheid om dit of
dat, nit zijn aard, goed werk te verrichten, deze of gene, uit
haar aard , goede bediening waar te nemen , eene deugd ?
Neen ; die behendigheid is op zich zelve blijkbaar geene
deugd; want ze is geene genegenheid der ziel, maar eene
geschiktheid van het lichaam tot deze of gene bediening , tot
dit of dat ambt.
Hetzelfde geldt van eene genegenheid en vatbaarheid om
iets te leeren , van schranderheid van verstand , ja zelfs van
eene door langdurige oefening verkregen kunst of wetenschap.
Op zich zelve zijn deze geene deugd; want alhoewel zo eene
hoedanigheid, eene genegenheid der ziel ten grondslag hebben,
kunnen ze den mensch niet enkel ten goede, maar ook ten
kwade, tot zonde dienen, terwijl de deugd eene genegenheid
der ziel is, door welke de mensch niet enkel wel, goed kan
doen, maar wel, goed doet, wezenlijk genegen en bereid is
om goed te doen, als de gelegenheid zich aanbiedt.
Maar noem dan eens eene wezenlijke deugd.
Wezenlijke deugden zijn in menigte op te noemen. Zoo is
b. V., gehoorzaamheid wezenlijk eene deugd; want zij is eene
genegenheid en wel bepaald eene genegenheid der ziel, welke
genegenheid ons, menschen, bereidoaardig maakt om wel te doen,
nl., om te doen al wat onze wettige oversten ons gebieden ,
opleggen, voorschrijven.
V. en Antw. slaan op eene deugd in H algemeen, zoowel
op louter natuurlijke, als op bovennatuurlijke of christelijke
deugden.
't Spreekt echter van zelf, dat de Catechismus of de Chris-
telijke leering, als zijnde het kort begrip van hetgeen Christus
geleerd heeft en alle menschen moeten weten en doen om
zalig te worden (1»" Les, 1"* en V.), zijn antwoord op de
V.: „ Wat is eene deugd?" alleen wil verstaan hebben van,
en toepast op bovennatuurlijke, wezenlijk Christelijke deugden.
Want louter natuurlijk goed doen, louter natuurlijke deugd