Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
48(5
zijns naasten benijden; 5. hardnekkig zijn in de boos-
heid ; 6. verachten het berouw of de boetvaardigheid.
De zonden tegen den H. Geest zijn deze zes : 1. Aan Gods
genade wanhopen, d. w. z., de eeuwige zaligheid en de mid-
delen , die daartoe noodig zijn, van God niet willen ver-
zoeken en verwachten. (Vgl. 18^« Les, V.) De wanhoop
strijdt tegen het eerste gebod. (Vgl. 22»« Les, 5''«' V.) Let
wel op, dat de Catechismus hier niet enkel zegt: wanhopen,
maar aan Gods genade wanhopen , om te kennen te geven, dat
niet alle wanhoop eene zonde is tegen den H. Geest. Zoo,
b. V., is wanhoop, die enkel voortkomt uit kleinmoedigheid
en traagheid, die het bewerken der zaligheid als iets zoo
moeilijk en lastig voorstelt, dat men zulks voor zich zeiven
als onmogelijk beschouwt, geene zonde tegen den H. Geest;
omdat zoodanige wanhoop ten 1»", niet enkel uit kwaden
wil, maar nit eene drift voortkomt, te weten, uit gebrek aan
moed en uit traagheid, en ten 2'«, omdat ze niet rechtstreeks
Gods barmhartigheid , m. a. w., de middelen ter zaligheid,
die God ons in zijne barmhartigheid beloofd heeft, verwerpt.
De woorden van den Catechismus : „ aan Gods genade wan-
hopenbeteekenen in hunnen natuurlijken zin, dat, als
zonde tegen den H. Geest alléén die wanhoop te beschouwen
is, welke rechtstreeks voortkomt uit wantrouwen aan Gods
almacht, goedheid en getrouwheid in zijne beloften ; waar.
door men met opzet weigert de eeuwige zaligheid en alles
wat ons daartoe helpen kan, vooral de vergiflenis zijner
zonden , of de heiligmakende gratie, en dadelijke gratiën ,
die ter zaligheid noodig zijn , van God te verzoeken en te
verwachten , in één woord : waardoor men de middelen ter
zaligheid, die God in zijce barmhartigheid ons beloofd heeft,
bepaald verstoot en verwerpt.
Als betreurenswaardige voorbeelden dezer zonde doen zich
iu de H. Schrift vooral Kaïn en de Apostel Judas voor,
2. Vermetel, d. i., zonder deugd op Gods barmhartigheid ver-