Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
433
vloeiende zwakheid van den wil, maar enkel nit boosaardigen
wil geschieden, d. i., uit een wil, die , alleen uit vrije ver-
kiezing, iu de boosheid der zonde toestemt, behagen neemt.
Ten , dat ze bijzonder strijden tegen de goddelijke barmhar-
De Catechismus zegt: en bijzonder, d. i., niet op gewone
wijze, niet gelijk sommige andere zonden, middellijk, maar
op geheel bijzondere manier , eigenaardige wijze, nl., recht-
streeks strijden tegen de goddelijke barmhartigheid.
Deze eigenschap Gods wordt hier uitdrukkelijk vermeld,
niet in dien zin alsof alle zonden tegen den H. Geest, recht-
streeks enkel en alleen strijden tegen Gods barmhartigheid, in
zoover deze, volgens onze manier van spreken, onderscheiden
is van Gods overige eigenschappen; vermetel vertrouwen toch
strijdt rechtstreeks tegen Gods rechtcaardigheid; eene welbe-
kende waarheid des geloofs bestrijden, strijdt rechtstreeks
tegen Gods waarachtigheid, enz.; maar omdat de meeste en
ten laatste, in slotsom , alle zes (zie volg. V.) rechtstreeks
strijden tegen Gods barmhartigheid. Immers, het tweede
vereischte om zonden in waarheid zonden tegen den H. Geest
te kunnen noemen, nl., dat ze bijzonder strijden tegen de god-
delijke barmhartigheid, w. z., dat ze bestaan in het verachten,
verwerpen , verstooten van de middelen , waardoor de god-
delijke barmhartigheid, m. a. w., God in zijne oneindige
barmhartigheid, ons vergiffenis onzer zonden schenken, en de
eeuwige gelukzaligheid wil doen verdienen. Uit den aard ,
de natuur zelve dier zonden volgt dan ook, dat ze zeer zelden
vergeven worden.
Waarom worden ze zeer zelden vergeven ?
Om twee redenen, welke de Catechismus in zijne bepaling
dier zonden duidelijk aangeeft: a) Omdat ze slechts uit boos-
heid geschieden, en dus geene enkele reden van verontschul-
diging inhouden, bevatten, en vooral b) , omdat ze bijzonder
strijden tegen de goddelijke barmhartigheid. Dat wil immers
C 28