Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
432
voert; onbetamelijkheid in gesprekken, gezangen of gebaren;
— verzuimenis zijner plichten van staat of godsdienstigheid,
vooral echter dronkenschap, die den mensch tijdelijk berooft
van het gebruik der kostbare gave van zijn verstand, hem
gelijk maakt aan het dier, armoede en ellende en niet zelden
het eeuwig ongeluk na zich sleept.
De zesde hoofdzonde, gramschap, is de ongeregelde zucht naar
wraakneming, (Vgl. 27«« Les, S*»« V. bl. 195.) Zij leidt tot vele
andere zonden, b. v., tot twist, beschimping, verwenschingen,
verwondingen, doodslag, vijandschap, godslasteringen, enz.
Eindelijk de zevende hoofdzonde, traagheid, is droefheid en
verdriet in goddelijk goed, d. w. z., in geestelijke zaken of
oefeningen; m. a. w., in hetgeen God of de zaligheid aan-
gaat; dus in datgene wat den dienst van God betreft, en dat
wel om de moeite , welke daarmede gepaard gaat. Geeste-
lijke traagheid of lauwheid, ingevolgd , heeft vele andere
zonden ten gevolge, b. v., het verwaarloozen of voor even-
veel verrichten van godsdienstplichten, (morgen-, avondgebed,
de H. Mis, Biecht en Communie); afkeer, wrevel tegen
degenen, die den trage tot ijver in den Godsdienst opwekken;
uitgestortheid des harten, dat afleiding en verstrooiing zoekt
in zinnelijkheden; moedeloosheid, lafhartigheid, mis-en wan-
trouwen van , of omgekeerd vermetel vertrouwen op Gods
goedheid.
5 V. Welke zonden noemt men zonden tegen den
H. Geest?
A. Zonden , die slechts uit boosheid geschieden ,
en bijzonder strijden tegen de goddelijke barmhartig-
heid , en daarom zeer zelden vergeven worden.
Zonden tegen den H. Geest noemt men die dadelijke zonden,
welke de twee volgende eigenschappen in zich vereenigen :
Ten l«e, dat ze slechts, enkel, uit boosheid, d. w. z., niet
onder den invloed van kwade driften en der daaruit voort-