Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
430
De derde hoofdzonde, onkuischheid, is eene ongeregelde zucht
naar vleeschelijke vellusten. Onkuischheid ingevolgd leidt tot
vele andere zonden, vooral tot ongehoorzaamheid aan de
bevelen van ouders en oversten om den omgang met die en
die slechte makkers te vermijden, deze of gene gevaarlijke
bijeenkomsten, voorstellingen niet bij te wonen, enz., enz. —
Tot veinzerij , list en bedrog, en niet zelden tot heiligschen-
nende Biechten en Communiën, bij gebrek aan rechtzinnig-
heid in 't belijden dezer zonde , of bij gebrek aan het vaste
voornemen om de naaste gelegenheid dier zonde te vermijden,
of derzelver gewoonte te verbeteren. — Tot verblindheid en
hardnekkigheid en eindelijk tot onboetvaardigheid , soms tot
zelfmoord.
De vierde hoofdzonde, nijdigheid, is verdriet over het geluk
van den naaste, opgenomen, aangezien, beschoawd als ons bigen
ongeluk, of als verkleinde het geluk van den naaste ons eigen
geluk, (Vgl. 27«t« Les , V. bl. 195.)
Nijdigheid, jaloerschheid, jaloezie ontstaat vooral tusschen
degenen, die met elkaar eenigermate in bekwaamheid , in
waardigheid, of vooruitzichten om tot deze of gene waardig-
heid of bediening te komen, meenen gelijk te staan. Vooral
voor kinderen, die door naijver tot plichtsbetrachting moeten
j worden aangespoord, kan 't zijn nut hebben, 't verschil aan
f' te stippen tusschen nijdigheid en welgeordenden naijver. Deze
toch bestaat in de zucht en het streven om degenen, die ons
in kennis of deugd overtreffen , te evenaren , aan hen gelijk
te worden, ja, zoo mogelijk, hen nog te overtreffen, niet
omdat wij het gelak, het goede, dat we in onze metgezellen
bespeuren , benijden als ons eigen ongeluk , of beschouwen
als verkleining van ons goluk, maar omdat wij, door hunnen
voorrang in wetenschap of deugd, beter inzien wat ons ont-
breekt, hoever wij, bij hen vergeleken, ten achter staan,
en daardoor aangemoedigd worden om beter ons best te doen
hen in te nalen, ja, zoo mogelijk, vóór te komen. Zoo-
danige naijver is goed en prijzenswaardig.