Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
428
roemen wil, hij roeme niet op zich zeiven, maar op den Heer,
aan wien hij alles te danken heeft; want hij. (fiV in plaats
van op den Heer te roemen, op zich zeiven roemt en zoo-
doende zich zeioen prijst, is een beproefde, lofwaardig , maar
hij, dien God prijst, die is inderdaad prijzenswaardig. (II Br.
aan de Korinth. X. 17. . 18.)
Ten gevolge der erfzonde zijn alle Adamskinderen min of
meer tot hoogmoed geneigd , ja er mee behept. Daarom is
het zaak, de kwaadaardigheid dezer hoofdzonde meer uitvoerig
aan te toonen. Doch om die reden is het tevens gelukkig,
dat de twee laatste, meer gewone soorten van hoovaardigheid,
op zich zelve beschouwd, gewoonlijk maar dagelqksche zonden
zijn. Als hoofdzonde leidt de hoovaardigheid rechtstreeks
tot ijdele glorie, die bestaat in de ongeregelde zucht om eigene
grootheid, voortreffelijkheid aan anderen bekend te maken, te doen
blijken. Door middel der ijdele glorie , leidt de hoovaardig-
heid verder tot ongehoorzaamheid , zooal niet van de daad
en van den wil, zoodat men de bevelen of voorschriften
zijner oversten niet of niet gewillig nakomt, dan toch tot
ongehoorzaamheid van 't verstand , waardoor men de voor-
schriften der oversten beknibbelt, er over redeneert, als niet
doelmatig, niet practisch, te veel eischend, enz. — Tot
pocherij , tot snoeverij , tot grootspraak over afkomst, rijk-
dom , geleerdheid, bekwaam- en ervarenheid in dit en dat,
in één woord , tot praalzucht en ijdele vertooning, enz. —
Tot geveinsdheid, door zich anders voor te doen , als men
gezind is, door zijne gebreken niet te willen erkennen, voor
zich zeiven te vergoelijken, ze dus ook niet te willen belijden,
ja, te ontkennen , er om te liegen zelfs in de H. Biecht. —
Tot twist en tweespalt, tot hardnekkigheid, enz., enz.; soms
tot onrechtvaardigheid; men wil groot doen, en maakt daarom
groote schulden , die men kan en moet voorzien niet of niet
op tijd te kunnen betalen ; op deze manier aan hoovaardig-
heid toegeven is zeker doodzonde. (Vgl. bl. 204, Van
al deze, en nog van veel meer andere zonden is de hoovaar-