Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
427
c) Wanneer men zich goede hoedanigheden toeschrijft,
welke men niet heeft, of die men heeft, overschat, vergroot,
overdrijft. Het is onnoodig nader te verklaren, dat men
zich op die wijze hooger schat dan men wezenlgk is. Zóó
zondigt zelfs uiterlgk alwie door weelde, door luxe in zijn
hnishonden, door kleederpracht, door spreek- of handelwijze
zich booen zijnen staat verheft.
d) Als men om afkomst, fortuin, natuurlijke begaafd-
heden , talenten van lichaam of ziel, of om zijne, uit hun
aard, deugdelijke werken met versmading of minachting op
anderen neerziet.
Zoodanig was de Farizeër gezind ten overstaan van den
tollenaar. In de verwaandheid zijns harten hield hij zich
zeiven voor rechtvaardig, en zag uit de hoogte met verach-
ting op anderen , met name op den oot- en rouwmoedigen
tollenaar neder. (Vgl. Luc. XVJII. 9 — 14.)
Wie toch onderscheidt u? mag men aan zulke hoovaardigen
vragen : Wie verklaart u voor uitnemender dan anderen P Is
het niet enkel uwe eigenliefde, of het bedrieglijk oordeel
van menschen, die alleen het uiterlijke zien P Gesteld, ge
hebt waarlijk meer talenten dan anderen, dan past wederom
de vraag : Wie toch onderscheidt u van anderen door meerdere
gaven , en verheft u boven hen P Is het niet God P en wat
hebt ge, dat ge niet van Hem ontoangen hebt ? En zoo ge het
ontvangen hebt, wat beroemt, verheft ge u dan boven anderen ,
alsof ge ook die meerdere talenten niet ontvangen hadt yan GoA,
die, in zijne sou vereine majesteit, uit louter goedheid aan een
iegelijk toedeelt gelijk Hij wil. (I Brief aan de Korinth.) Hun,
die zich gelijk de Farizeörs op hunne deugd laten voorstaan,
zij de uitspraak van Curistus herinnerd: „ Gij zijt het, die u
zeiven rechtvaardigt voor de menschen, maar God kent uwe harten;
want wat hoog in aanzien is onder de menschen , wat den men-
schen uitmuntend toeschijnt en prijzenswaardig, is dikwerf
een gruwel voor God. {Luc. XVI. 15.) Hij , die roemt, wie