Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
425
bevindt. (Vgï. 35«« Les, 24«« en 32»'« V.) Welnn, doodzon-
den , die vrel door anderen bedreven zijn, maar waartoe wij
op eenige opgenoemde wijze geholpen hebben, hebben wij
meegedaan ; wij zijn er medeplichtig aan , en moeten ze dns
zoowel in 't bijzonder belijden , als de doodzonden , die we
persoonlijk bedreven hebben.
3 V. Welke zonden noemt men hoofdzonden ?
A. Die zonden, welke gelijk oorsprong en be-
ginsel zijn van vele andere zonden.
In dit antwoord leert ons de Catechismns , welke zonden
hoofdzonden genoemd worden en waarom. Hoofdzonden, zegt
de Catechismns, noemt men die zonden, welke gelijk, d. w, z.,
als 't ware of, bij vergelijking, in figuurlijken zin gesproken,
oorsprong, hoofdbron zijn, waaruit vele andere zonden voort-
vloeien , en beginsel, oorzaak, waaruit vele andere zonden
voortkomen. Ze worden dus hoofdzoT^Aevi genoemd, omdat
ze ons, indien we er aan toegeven , uit haar aard tot vele
andere zonden aanzetten, aandrijven.
Hebt gij dit antwoord goed begrepen , dan behoef ik u
niet meer te zeggen , dat de hoofdzonden zóó niet genoemd
worden , alsof, of omdat zij de zwaarste zijn van alle zonden.
Neen; uit haar aard zijn, b. v., godslastering en vrijwillige
doodslag grootere, zwaardere zonden dan de hoofdzonden.
Hebt ge het antwoord van den Catechismus goed verstaan,
dan zult ge tevens begrepen hebben, dat de hoofdzonden zóó
ook niet genoemd worden, alsof, of omdat ze altijd doodzonden
zijn. Neen. De hoofdzonden zijn, gelijk de overige overtre-
dingen der wet Gods, dan alleen doodzonden, als ze gedaan
worden met genoegzame kennis en genoegzamen vrijen wil,
en grootelijks strijden tegen de eer van God of ons eigen welzijn
of dat van onzen naaste. (Vorige Les , 5'if V.)
De hoofdzonden zijn zeer dikwijls, en sommige uit haar
aard , slechts dagelijksche zonden , b. v,, toegeven aan eene