Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
424
Ten 9de, door niet overdragen, d. w. z., door zonden van
een ander, welke ergernis of kwade gevolgen veroorzaken,
niet bekend te maken aan degenen, die ze knnnen en moeten
beletten, omdat zij daartoe nit plicht van staat of eenige
verbintenis gehouden zijn, gelijk met ouders en oversten het
geval is.
Op die manier maakt men zich aan vreemde zonden plichtig,
als men, b. v., weet, dat een medehuisgenoot, een mede-
leerling, zonden doet, die uit haar aard rechtstreeks er toe
leiden om andere huisgenooten of scholieren zedelijk te be-
derven , en dien ergernisgever aan de bevoegde oversten niet
bekend maakt, niet overdraagt.
Immers als lidmaat van een huisgezin , van eene school of
een gesticht, is men verplicht voor deszelfs algemeen welzijn
zorg te dragen, bederf er uit te weren, zoo goed als men kan.
Ten slotte bemerke men a) dat vreemde zonden , dagelijk-
sche of doodzonden kunnen zijn. (Vgl. vorige 5deenlOdeV.)
b) Dat, als men zich op eene der opgenoemde wijzen heeft
medeplichtig gemaakt aan eene vreemde zonde, die eene
doodzonde is, het dikwijls niet genoeg is zich in de Biecht
te beschuldigen door in 't algemeen te zeggen , dat men tot
ö?(?orfzonde, door een ander bedreven, op eenige manier ge-
holpen heeft. Want men moet in dit geval daarenboven
zeggen, tot welke doodzonde men geholpen heeft. Want
door het enkel verzuimen van te straffen, te beletten of over
te dragen, als wij er volgens de gegevene verklaring, toe
gehouden zijn , kunnen wij ons, zoowel als door aanraden,
beschermen, gebieden, prijzen, mededeelen, behagen nemen,
medeplichtig maken aan die zonden , welke anderen ten ge-
volge van ons aanraden, of verzuimen bedrijven, ten minste
voor zoover wij die eenigszins hebben voorzien. De reden ,
waarom wij die doodzonden in de Biecht moeten verklaren ,
is, dat men eens alle doodzonden moet biechten, aan welke
men zich, na een naarstig onderzoek van geweten, plichtig