Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
423
Ten 7*1«, door niet straffen, of niet berispen, als men daartoe
niet enkel uit liefde, maar tevens uit hoofde van zijn staat
of ambt, of van eene overeenkomst of contract gehouden,
verplicht is, en dezen plicht vrijvrillig verzuimt. Deze twee
dingen moeten samen gaan om zich door niet te straffen aan
vreemde zonden schuldig te maken. Kiet zelden maken zich
op die wijze ouders en oversten schuldig aan de zonden, die
hunne kinderen en onderhoorigen bedrijven. Want als zij
weten, dat deze met elkaar een slechten omgang hebben, of
op andere wijze zich aan zonden overgeven, zijn zij krachtens
hun staat streng verplicht hen naar behooren te bestraffen.
Verzuimen zij dien plicht, dan zijn zij mede schuldig aan de
zonden, welke hunne kinderen of onderdanen dien ten gevolge
bedrijven. De H. Schrift levert desbetreffende een schrik-
wekkend voorbeeld. De opperpriester Heli was voor zich
zeiven een oude, zeer brave man ; maar beide zijne zonen
waren groote boosdoeners, deugnieten. Heli hoorde alle
gruweldaden, welke zijne zonen bedreven; hij berispte ze
deswege, maar niet naar behooren, en daarom deed God hem
door een profeet, en andermaal door den jeugdigen Samuël
de vreeselijkste straffen aankondigen, welke hem en zijne fa-
milie treffen zouden, ,,omdat hij wist dat zijne zonen schandalig
leefden, en hen niet bestrafte. (7® Boek der Koning. II. en III.
hfdst. V. 13.)
Ttn , door niet beletten. Op deze wijze maken zich aan
vreemde zonden schuldig, die krachtens hunnen staat, hun
ambt, of ten gevolge van eene overeenkomst, een contract,
verplicht zijn te beletten, te voorkomen, dat hunne onder-
danen deze of gene bepaalde zonde bedrijven , of zich aan 't
naaste gevaar blootstellen van ze te bedrijven, en aan deze
verplichting vrijwillig te kort blijven. Dus misdoen op deze
wijze ouders en oversten , die, zooveel zij kunnen, hunne
kinderen en onderdanen niet verwijderd houden van gevaar-
lijke bijeenkomsten; die niet ernstig en naarstig toezien,
waken tegen ontijdig, eenzaam verkeer, enz.