Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
422
Ten d«"«, door -prijzen , d. w. z., door de zonden van anderen
goed te keuren, toe te juichen , of omgekeerd de deugd of
de deugdzamen als zoodanig in 't bespottelijke te trekken ,
belachelijk te maken.
Op die wijze maken zij zich aan vreemde zonden schuldig,
die iemand aansporen over eene beleediging of vernedering
wraak te nemen , er om te vechten , b. v., door te zeggen :
gij zijt een lafaard, als ge dat verdraagt! Eveneens zij, die,
b. v., een ongehoorzaam , weerbarstig kind toejuichen, door
te zeggen: bravo! ge hebt groot gelijk, dat ge u niet laat
drillen! Verder zij die oprecht godsdienstige menschen uit-
lachen als onnoozelen, kleingeestigen, zwakhoofden! enz.
Ten , door mededeelen, d. w. z. , door mede te werken
in eene zondige daad van een ander, b. v. , door iemands
goed te helpen stelen , of iemand op eenige andere onrecht-
vaardige wijze in zijne lichamelijke goederen te benadeelen.
Saulus (zoo werd de H. Paulus genoemd vóór zijne bekee*
ring) werkte op die wijze mede tot de steeniging van den
H. Stephanus , doordien hij de bovenkleederen der getuigen,
der steenigers in bewaring nam. {Hand. der Apost. VII. 57.)
Door mededeelen wordt hier ook nog verstaan met een dief
of bedrieger gestolen goed deelen , zijn deel of part krijgen
in eenig onrechtvaardig goed.
Ten , door behagen nemen, dat wil hier zeggen , a) door
uiterlijk, nl. door woorden, lachen of andere dergelijke
teekenen, invloed uit te oefenen op het kwaad van een ander,
b. v. door vrijwillig te lachen met achterklap , onkuische ge-
sprekken , enz. Op die wijze had Saulus behagen aan den
moord van den H. Stephanus. (T. a. p. v. 59.)
b) Door als kiezer zijne stem te geven aan, te stemmen
voor iemand, die van de kwade partij is, b. v., een erkend
liberaal, of door zijne stem iets wat kwaad of gevaarlijk is
goed te keuren, b. v., het houden van ongodsdienstige of
onzedelijke voorstellingen, comediestukken, enz.