Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
413
te worden tot slaaf des duivels, den gezworen vijand van God
en den mensch.
De doodzonde brengt ons ten na den dood tot de
eeuwige straffen der hel. (45«^'' Les, V.)
8 V. Hoeveel doodzonden moeten wij gedaan hebben
om naar de hel te gaan ?
A. Eéne doodzonde is genoeg.
De duivels zijn een sprekend bewijs der waarheid, dat
ééne doodzonde gedaan te hebben, genoeg is om naar de hel
te gaan. Zij bedreven ééne doodzonde van hoovaardigheid
of ongehoorzaamheid , en zonder ontferming werden ze op
staanden voet door den rechtvaardigen God ter helle gedoemd.
Wat moet dus ook maar ééne doodzonde een groot kwaad
zijn, eene overgroote boosheid in zich besluiten; want de
rechtvaardige God kan ze niet zwaarder straffen dan ze ver-
dient. Met wat zorg moeten wij dus waken en bidden om
niet in de bekoring te vallen , en mochten wij het ongeluk
hebben eene doodzonde te bedrijven , er dan toch ten spoe-
digste met waar berouw en door eene goede Biecht uit op
te staan, om in staat van doodzonde niet door den dood
overvallen en tot de eeuwige straffen der hel veroordeeld te
worden. „ Want, zegt de H. Apostel Petrus, Br. II. 4.,
indien God Engelen , die gezondigd hadden, niet gespaard heeft,
maar hen in den afgrond heeft neder getrokken en aan de banden
der hel heeft overgeleverd...., dan zal Hij voorzeker ook den
onboetvaardigen zondaar niet sparen, die in zijne zonde, ook
maar in staat van ééne doodzonde sterft. Les, ll^e V.)
9 V. Wat is eene dagelijksche zonde?
A. Eene zonde, zoo strijdende tegen de wet Gods,
dat zij de goddelijke liefde niet wegneemt.
De dagelijksche zonde is dns ten l^te, eene ware, eigenlijk
gezegde zonde, eene vrijwillige overtreding van de wet Gods,
(39ste Les, 3'»^ V.); want zij strijdt tegen de wet Gods, d. w. z..