Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
412
levende, het eeuwig leven verdienende werken geweest zijn.
Want om door onze goede werken den hemel te verdienen is
het eorste vereischte, dat wij ze verrichten in staal van gratie.
{Vgl. Les, en V.) Maar de verdiensten der goed©
werken, die in staat van gratie gedaan zijn, herleven, als de
doodzonde vergeven wordt; want zij werden door de dood-
zonde niet vernietigd, of voor altijd gedood, maar enkel
gedurende den tijd , dat men in staat van doodzonde blijft;
wordt de doodzonde vergeven, waardoor wij de verdiensten
onzer goede werken , in staat van gratie verricht, verloren,
dan worden die goede werken weer levend, ze herleven.
Ten 3<'e, verliezen wij door de doodzonde het recht op de
hemelsche glorie.
^ 7 V. Waartoe brengt ons de doodzonde?
i A. Tot eene schandelyke slaverny des duivels en
de eeuwige straffen der hel.
De doodzonde brengt ons ten 1»'«, tot eene schandelijke
slavernij des duivels.
Volgens de wetten van het heidendom werden zij slaven,
die den titel van vrije kinderen huns vaders misten , of ver-
loren hadden. Welnu , door de doodzonde verliezen wij de
goddelijke liefde, de heiligmakende gratie, waardoor we aan-
genomen kinderen Gods waren. (4''« en V.) „ En indien
kinderen, dan ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God, en
mede erf genomen van Christus y {Brief aan de Rom. VlTI. 17.)
Doordien dus de doodzonde ons berooft van de goddelijke
liefde, maakt ze ons gevolglijk van vrije kinderen Gods tot
slaven, die er nog erger aan toe zijn dan de zwarten in
Afrika; brengt ze ons in dit leven tot eene schandelijke
slavernij des duivels. De slavernij des duivels is schandelijk,
omdat het voor een redelijk schepsel Gods, bijzonder voor
een christenmensch , die door het H. Doopsel tot den aller-
hoogsten adel van kind Gods verheven is , eene schande, ja
de hoogst denkbare schande is door de doodzonde verlaagd