Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
411
Door de doodzonde verliezen wij ten de goddelijke liefde,
de heiligmakende gratie. (4''« V.) Immers doodzonde is eene
zonde zóó strijdende tegen de Wet Gods, dat zij ons berooft
van de goddelijke liefde, dat we er de goddelijke liefde door
verliezen. V. en Les V.) Iemand, die door ééne
doodzonde reeds de goddelijke liefde verloren heeft, en in
staat van doodzonde eene tweede of meerdere doodzonden
bedrijft, wordt door iedere nieuwe doodzonde meer en meer
van de goddelijke liefde beroofd; want iedere doodzonde be-
rooft ons uit haren aard van de goddelijke liefde.
Door de doodzonde verliezen wij ten 2''«, de verdienden van
onze goede werken, welke we vroeger in sLaat van gratie ge*
daan hebben , of nu in staat van doodzonde doen. „ Als ,
zoo spreekt God door den mond van zijn profeet Ezechiël
(XVIII. 24.), de rechtvaardige zich afkeert van zijne gerechtig'
heidf en kwaad doet ... zal hij dan nog bovennatuurlijker wijze
leven?** Neen; want hij heeft de goddelijke liefde verloren,
die het bovennatuurlijke leven onzer ziel is. (4<ie V.) Op zoo
iemand is van toepassing, wat de H. Joannes schrijft in zijne
Openbaring III. 1.: „Ik ken uwe werken, ik weet, dat gij den
naam hebt dat gij geestelijkerwijze leeft, en gij zijt inderdaad
geestelijk dood, om uwen zondigen levenswandel."
Alle — zoo gaat de profeet Ezechiël voort — zijne gerech-
tigheden , goede werken , welke zoo iemand vroeger in staat
van gratie gedaan had, zullen niet meer in herinnering komen**
Zoolang hij in staat van doodzonde blijft, komen de ver-
diensten der goede werken, die hij vroeger in staat van gratie
verrichtte, niet meer in rekening ; geven geen recht meer op
belooning in den hemel. De goede werken , die de zondaar
in staat van doodzonde doet, zijn zeker niet vruchteloos; ja,
zij zijn zelfs voor den zondaar het gewone middel om tot
bekeering te komen ; doch voor de goede werken , in staat
van doodzonde verricht, kan men geene verdiensten , geen
recht op belooning in den hemel verkrijgen ; 't zijn en blijven
doode werken, die niet kunnen herleven, omdat zij nooit