Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
i} 410
ï
naaste y b. v., iemand doodslaan, merkelijk kwetsen of hin-
deren , of benadeelen in zijne tijdelijke goederen, lasteren ,
enz. (27"" Les, en 28'" z^s , 2''«^ en V.)
« In deze en soortgelijke gevallen is eene zonde doodzonde ,
omdat de overtreding der Wet Gods groot is in zich zelve.
Bovendien kan eene zaak of daad, die op zich zelve niet groot
I; is, derhalve uit haar aard slechts eene dagelijksche zonde is.
r om bijkomende omstandigheden eene doodzonde worden, b. v.,
I als men in geweten oordeelt, dat zekere dagelijksche zonde
b. V. eens een dubbeltje stelen, doodzonde is , en Z9 toch
bedrijft, er toch toe overgaat (vgl. blz. 406); als men eene
dagelijksche zonde doet, om daardoor tot groot kwaad te
* komen, b. v., wanneer men iemand vleit, om hem tot
onzuiverheid te verleiden ; als men dikwijls eene kleinigheid
steelt, valschheid gebruikt in maat of gewicht, om lang-
zamerhand eene groote som machtig te worden , enz.
i-
( In vele gevallen is 't ook klaar en duidelijk genoeg, dat
de zaak in zich zelve klein is, niet grootelijks strijdt tegen
de eer van God , noch tegen het welzijn van ons zeiven of
' van onzen naaste. Zoo, b. v., onder het gebed of in de kerk
l een weinig, of enkele oogenblikken oneerbiedig zijn; zich een
■ weinig kwaad , driftig maken ; eene kleine leugen doen om
b belerswil; een beetje ongehoorzaam zijn aan ouders of over-
sten, enz., is blijkbaar geene doodzonde, maar alleen eene
dagelijksche zonde, omdat de zaak klein is. (Vgl. lO^« V.)
Overigens is het dikwijls zeer moeilijk juist te bepalen of
eene zaak in zich zelve klein , dus eene dagelijksche zonde
is, of wel groot, en dus eene doodzonde uitmaakt. „ Wel-
licht , zegt de fl. Augustinus, zijn wij hierover in het duister »
o-pdat wij met des te meer zorg alle zonden zouden vermijden"
6 V. Wat verliezen wij door de doodzonde ?
A. Ten P^« De goddelijke liefde; ten de ver-
diensten van onze goede werken ; ten de hemelsche
glorie.