Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
406
plichtig te zijn. Doch ontbreekt die volle kennis, heeft men
eene wel nit haar aard zware zonde gedaan , maar niet met
vol verstand, b. v., nog half slapende, dns niet met volko-
men bewustzijn, dan is de zonde, die men in dien toestand
bedreven mocht hebben, reeds bij gebrek aan genoegzame
kennis, geene doodzonde, ons niet geheel, volkomen toe-
rekenbaar.
Ten moet eene overtreding der wet Gods, om eene
eigenlijk gezegde zonde te zijn, gedaan worden willens, d.i.,
met vrijen wil. 's Menschen wil toch heeft bij de voorstelling
van eenig kwaad , vrije keuze om er in toe te stemmen of
niet. Stemt hij er in toe, dan doet hij kwaad, zondigt hij,
al ware het ook, dat, hetgeen hij stellig meent kwaad, zonde
te zijn, uiteraard geene zonde, of althans geene zware zonde is.
Waarom? Omdat hij wezenlijk iets wil, dat hij stellig
meent door Gods wet verboden te zijn; dus omdat hij in zijn
hart in een vermeend kwaad toestemt; omdat hij kwaad,
zonde wil doen. Welnu, wie kwaad wil doen, doet het ook,
zondigt, al is hetgeen hij wil doen uiteraard geene zonde,
of althans geene doodzonde; want de wil is de voorname
oorzaak der zonde, zóó zelfs dat men alleen door kwaad te
willen doen , groote zonde kan bedrijven.
Eenige voorbeelden ter opheldering van het gezegde :
A.) Iemand meent zeker en gewis, dat het vandaag Vrij-
dag is , terwijl het nog maar Donderdag is. Toch eet hij
moedwillig vleesch. Vleesch eten op een gewonen Donderdag
is geen kwaad; maar hij meent stellig, dat het Vrijdag is,
zondigt dus, en wel grootelijks; hij doet eene doodzonde,
zoowel als iemand die op Vrijdag tegen het gebod der H.
Kerk vleesch eet. Waarom ? Omdat hij op Vrijdag — al is
't ook maar Donderdag — vleesch wil eten, dus de wet Gods
wil overtreden.
B.) Een kind heeft thuis eens in den winkel een dubbeltje
nit de lade gestolen. Het meende zeker en gewis daardoor