Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
ge weet, een gebod verplicht enkel als men het kan onder-
honden; derhalve als men onschuldig die pnnten niet kent,
zal men daarom niet verloren gaan.
Kinderen, toont eens door op het volgende te antwoorden,
dat gij goed begrijpt wat noodzakelijkheid des middels----wat
noodzakelijkheid des gebods beteekent ? In nw ouders huis —
veronderstel ik — zijn twee kamers; aan de eene kamer is
maar één deur; uit welke noodzakelijkheid moet ge nu door
die eene deur ingaan om , volgens gewone wijze, in die kamer
te kunnen komen P Wel natuurlijk uit noodzakelijkheid des
middels ; deze eenige deur toch is het eenige middel, om enz...
En kunt ge die deur niet open krijgen, al is het ook zonder
uw schuld , zult ge dan ooit op gewone wijze in die kamer
komen P Neen, nooit; want er is geen ander middel. Goed
geantwoord.
Maar aan de kamer van den anderen kant zijn twee deu-
ren ; doch vader gebiedt u door deze deur binnen te gaan
en gene dicht te laten. Is nu het binnengaan door die deur
nog een noodzakelijk middel om in die kamer te komen P
Neen, want er is nog eene andere deur, waardoor men kan
binnenkomen ; doch ik moet door deze deur naar binnen,
omdat vader zulks geboden heeft. Bijgevolg uit noodzake-
lijkheid des gebods. En wanneer ge nu die deur niet kunt
openkrijgen, waardoor vader gebiedt binnen te gaan, zoudtge
dan nog misdoen, door de andere, die vader verboden heeft,
te openen, wanneer hij wil, dat ge in die kamer iets gaat
halen P Immers neen; want een bepaald gebod verplicht
niet, als ik het niet kan volbrengen. Daarom gaat men niet
verloren, omdat men de punten uit noodzakelijkheid des
gebods niet kent buiten zijne schuld. Maar veronderstelt
eens, kinderen, dat gij die punten niet kent; wat dan P
21 V. Welk is het kort begrip van hetgeen men
moet gelooven ?