Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
404
want ik meende te goeder trouw stellig, dat het Donderdag
was, of dacht er in 't geheel niet aan, dat het vandaag
vastendag was. Nu ge het zegt, herinner ik me wel, dat
het Zondag is afgeroepen ; maar ik had er op het oogenblik
in 't geheel geen erg in.
Eene overtreding der wet Gods, die men niet wetens, d.i.,
ten gevolge van onschuldige onwetendheid of onbedachtzaam*
heid zou bedreven hebben , is dus geene eigenlijk gezegde
zonde; d. i. geen zonde, of overtreding, die ons wordt toe-
gerekend---- Want, opdat eene overtreding van de wet
Gods vrijwillig zij, wordt ten I«®, vereischt, dat ze begaan
zij met kennis en voorbedachtzaamheid , tenzij de onwetend-
heid of onbedachtzaamheid zelve schuldig is.
Ge zult verder vragen; Wanneer is onwetendheid of onbe-
dachtzaamheid schuldig?
A. In 't algemeen gesproken , is onwetendheid schuldig, als
men eene wet niet kent, welke men, gelet op alie omstan-
digheden, kon en moest kennen. Eveneens is onbedachtzaamheid
schuldig, als men, rekening gehouden met alle omstandigheden,
er erg in kon en moest hebben, dat men door deze of gene
oorzaak te stellen of niet weg te nemen, iets kwaads zal doen.
Meer in 't bijzonder is onwetendheid schuldig, als men eene
wet niet kent, overtreedt, omdat men de gewone middelen
verzuimd heeft om ze te kennen; nog meer, als men eene wet
niet kennen wil, ofschoon men verplicht was haar te kennen.
Evenzoo is onbedachtzaamheid schuldig, als men zich, b. v., door
een boozen hartstocht laat verblinden , door eene kwade ge»
woonte tot onbedachte handelingen laat meesleepen , of als
men, onverschillig voor het kwaad en zonder zich te bekom-
meren of iets geoorloofd of verboden zij, zijne lusten opvolgt.
B. V., iemand verzuimt moedwillig dikwijls de christelijke
leering bij te wonen , of gaat, als deze of de preek Zondags
begint, de kerk uit; dien ten gevolge kent hij de stukken
des Geloofs, die hij uit noodzakelijkheid des gebods moest