Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
396
dat ons de erfzonde doet, is, dat zij ons de oorspronkelijke
rechtvaardigheid beneemt. ^
Zeker, ook na Adams val behoudt de mensch zijn natuur-
lijk verstand en vrijen wil; maar door en om Adams zonde,
welke wij bij onze ontvangenis overerven, zijn ook wij, zoo-
wel als Adam, niet alleen beroofd van alle bovennatuurlijke
gaven Gods , maar tevens gekwetst in onze natuurlijke ziels-
en lichaamsvermogeDS. Ten gevolge der erfzonde is aj ons
verstand verduisterd; ój doet zich de begeerlijkheid des
vleesches gevoelen , en is c) onze wil in plaats van tot het
goede, tot het kwaad geneigd van de jeugd af; d) zijn wij
onderworpen aan de lasten , de ongemakken , de wederwaar-
digheden dezes levens, en eindelijk aan don dood.
Kinderen, oordeelt nogmaals zelf, is 't niet waar, dat
Adam zich zeiven en ons, door zijne zonde van ongehoor-
zaamheid, onnoemelijk veel en groot kwaad heeft gedaan?
En wat nog het ergste is , de erfzonde maakt ons ten ^
onbekwaam, zoolang wij er mede besmet zijn, de glorie des
hemels te genieten, die bestaat in Gods aanschijn te aanschouwen.
Les, V.)
Dit tweede kwaad, dat ons de erfzonde doet, volgt uit
het eerste. Immers, doordien de erfzonde ons de oorspron-
kelijke rechtvaardigheid beneemt, en ons allereerst berooft
van de heiligmakende gratie, volgt van zelf, dat wij door
de erfzonde met de heiligmakende gratie ook het kindschap
Gods en het recht op den hemel verliezen.
Besmet met de erfzonde kunnen we niet zalig worden,
niet in den hemel komen. (Vgl. dU^^ Les, V.)
Hoort, hoe de algemeene Kerkvergadering van Trente
(t. a. p. n. 2.) de kwade gevolgen , welke de erfzonde voor
ons heeft, in naam van God omschrijft. „Indien iemand —
zoo luidt hare onfeilbare uitspraak — beweert, dat Adams
overtreding hem alleen , en niet zgner nakomelingschap ge-
schaad heeft (kwaad heeft gedaan); en dat hij de heiligheid