Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
390
Dit antwoord is het woord van God zelven, en dns onfeil-
baar. Eeeds door den mond van den Psalmist David sprak
God: „ Komt, kinderen, hoort mij aan ; ik zal u de vreeze
des Heeren leerend. i., datgene wat tot godvreezendheid
en in de Nieuwe Wet tot de Christelijke Rechtvaardigheid ,
vereischt wordt. „ Wie is de mensch , die (hiernamaals) het
(eeuwig zalig) leven wil, en (hier op aarde, tijdens zijn ster-
felijk leven) goede dagen wenscht te zien Het antwoord
luidt: Om hier, zooveel mogelijk, gelukkig te zijn, en hier*
namaals in den hemel te komen : „ Wijk af van het kwade en
doe het goede. {Psalm XXXIII. v. 12 — 15.) De Prins der
Apostelen, de H. Petrus, herhaalt, onder ingeving van den
H. Geest, dit zelfde woord, waar hij in zijn 1««" Brief,
hfdst. III. V. 10. 11. schrijft: „Wie het (eeuwige) leven wil
liefhebben, en goede dagen zien,.... hij toijke af van het
kwade, en doe het goede."
Het kwaad laten , niet doen, de zonden vluchten , vermij-
den , niet bedrijven, is dus het eerste deel der Christelijke
Eechtvaardigheid. Dit deel legt de Catechismus ook het
eerst nit, en vraagt gevolgelijk:
3 V. Wat is de zonde ?
A. Eene overtreding van de wet Gods.
Zonde, gelijk wij ze hier verstaan, is eene vrijwillige over-
treding van de Wet Gods. De Wet Gods is voor allen uitge-
drukt in de tien geboden. (21«® Les, lOJ® — 12J® V.); in de
vijf geboden der H. Kerk (29«® Les), en voor ieder in de
plichten van zijnen staat. De vrijwillige overtreding van
één dezer geboden of plichten, is eene eigenlgk gezegde
dadelijke zonde.
Ik zeg: eene dadelijke zonde, omdat de Catechismus in de
volgende vragen deze soort van zonde nadrukkelijk onder-
acheidt van de erfzonde, de tweede soort van zonden, waarin
de zonde in het algemeen verdeeld wordt. Immers de V,
luidt: