Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
382
zonden en misdaden onder het oog durven brengen. Die
plicht rust zwaar op den Priester. Reeds in het Oude Tes-
tament schreef God zijn profeet Isaïas nadrukkelijk voor
(hfdst. LVIII. V. 1.): „Roep zonder ophouden, verhef uwe
stem als eene bazuin, en verkondig mijn volk hunne mis-
daden , en aan het huis van Jacob zijne zonden." In het
Nieuwe Testament bezweert de groote Apostel zijn leerling
Timotheus , en in diens persoon alle Priesters , „ voor God
en Jesus Christus, die levenden en dooden zal oordeelen, b^
zijne komst en zijn koninkrijk, predik het woord, houd aan,
gelegen of niet gelegen , wederleg, smeek, bestraf in alle
lankmoedigheid en leering. Want daar zal een tijd zijn, dat
zij de gezonde leer niet zullen verdragen , maar met ooren-
jeukte bevangen, zich leeraars naar hunne lusten in menigte
zullen aanschaffen , en hun gehoor zullen afwenden van de
waarheid en zich keeren tot fabels. Maar gij , wees waak-
zaam,____ doe het werk van een Evangelist, vervul uwe
bediening." (// ad Tim. IV. 1 — 5.)
Zóó hunne bediening vervullen , vordert van de Priesters
veel deugd, moed en zelfopoffering. Hieruit volgt, dat men
het hun niet kwalijk moet nemen , wanneer zij , wel verre
van ons naar den mond te praten , ons te vleien , door ten
koste of ten nadeele onzer zaligheid de ware leer des Evan-
gelies als te verminken , integendeel ons ridderlijk de volle
waarheid zeggen , ons onze zonden en misdaden openbaren,
en er ons over berispen en bestraffen. Door dit te doen,
gelijk het voor een goed Priester plicht is, worden wij op
den weg des verderfs, die ter helle leidt, tegengehouden ,
voor ons eeuwig ongeluk behoed, en op den weg des hemels
teruggebracht. Het is dus voor een ieder, en voor geheel
eene Parochie een zegen, goede Priesters te hebben. Hieruit
volgt verder zonneklaar, dat wij God om goede Priesters
behooren te bidden, en wel bijzonder op de Quatertemper-dagen*
d. w. z,, op drie vastendagen in eene week, Woensdag,
Vrijdag en Zaterdag, bij elk der vier jaargetijden, winter.