Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
381
men te recht zijne lichamelijke en tijdelijke belangen aan
gcneesheeren, notarissen of advocaten, dan verdienen de
Priesters natuurlijkerwijs met niet minder recht een groot
vertrouwen van den kant der geloovigen in alles wat het
geestelijk belang hunner zielen aangaat, te meer wijlde
Priesters volgens hunnen staat vol ijver moeten zijn voor het
heil der zielen, en door hunne H. Wijding bijzondere gratiën
ontvangen om hun ambt behoorlijk te bedienen. (Vgl. 1»»« V.)
Deze twee aangestipte bovennatuurlijke redenen bewijzen ge-
noegzaam , dat de geloovigen aan de Priesters groot vertrou-
wen verschuldigd zijn.
De geloovigen moeten den Priesters dat vertrouwen toonen
door hun rechtzinnig hunne zonden te belijden, en door
hunne raadgevingen en vermaningen welwillend aan te nemen,
en trouw na te komen.
Zoodra gij bemerkt, dat iemand , met wien ge omgaat, of
een boek, courant of schrift, dat ge leest, op Priesters en
geestelijken smaalt, er kwaad van zegt, er den spot mee
drijft, houdt u dan verzekerd, dat die persoon of dat geschrift
niet deugt; vermijdt zulke personen , leest zulke geschriften
niet, indien ge zelf niet sleuht, bedorven wilt worden.
5 V. Behooren wij God ook om goede Priesters
te bidden ?
A. Ja, bijzonder op de quatertemper-dagen, waarop
gewoonlijk de Priesters gewijd worden.
Ja, wij behooren God om goede Priesters te bidden, d. i.,
om Priesters, die met een apostolischen geest vervuld zijn ;
die mannen zijn van gebed en studie, blakend van ijver voor
de glorie Gods en het heil der zielen, die niet hun eigenbaat
zoeken, maar alleen, of minstens bovenal de glorie Gods en
de zaligheid der hun toevertrouwden betrachten, en daarom
zonder aanzien des persoons, met apostolische vrijmoedigheid,
gepaard aan bescheidenheid, hun desnoods ook openlijk hunne