Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
380
Epistel zingen, den wijn schenken, den kelk reinigen, enz.
De Diaken mag het Evangelie, en Ite Missa est zingen, het
„ Allerheiligste" vasthouden, het den Priester in de hand
geven , enz.
3 V. Welke macht voornamelijk hebben de Priesters
meer dan de andere bedienaars der H, Kerk ?
A. De macht om in Christus' naam de zonden te
vergeven, en door hun woord het brood en den wijn
te veranderen in het lichaam en bloed van Christus.
3 V.....dan de andeeb Bedienaars der U. Kerk, d. w. z.,
dan degenen, welke alleen de kleinere orden , of de grootere
orden van Subdiaken en Diaken hebben ontvangen F
A. Be macht, ten 1«»«, om in Christus naam de zonden te oer-
geven in het ïï. Sacrament der Biecht, (vgl. 35«»® Les, 1"® V.>
Ten 2"^®, om door hun woord het brood en den wijn te veranderen in
het Lichaam en Bloed van Christus. (Vgl. 33'»® en 34«® Zm, 4^« V.>
4 V. Wat zijn de geloovigen aan de Priesters
verschuldigd ?
A. Grooten eerbied en vertrouwen.
De geloovigen zijn aan de Priesters verschuldigd: ten 1«»®,
grooten eerbied om hunne overgroote waardigheid als plaatsbe-
kleeders van Jesus Christus, en uitdeelers van zijne geheimen.
Ten 2'!®, groot vertrouwen. En om natuurlijke, en om boven-
natuurlijke redenen verdienen de Priesters, dat de geloovigen
groot vertrouwen in hen stellen.
Als natuurlijke reden geldt, dat de Priesters van hunne
jeugd af moeten studeeren en na de voorbereidende, letter-
kundige en wijsgeerige studiën te hebben afgedaan, door be-
kwame en ondervindingrijke leermeesters onderwezen worden
in alles wat den geloovigen ter zaligheid heilzaam of schade-
lijk is. Eens in bediening , moeten de Priesters voortstudee-
ren , en doen zelven veelzijdige ondervinding op. Vertrouwt