Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
tanten en die uitwendig buiten de ware Kerk sterven , ver-
loren gaan, en laten wij hieromtrent het oordeel aan God ;
wij veroordeelen niemand; terwijl het altijd waar blijft, dat
zonder het eene ware Geloof de zaligheid onmogelijk is.
15 V. Waardoor verliest men het Geloof?
A. Door eeuige waarheid van het Geloof te ver-
werpen , of daaraan vrijwillig te twijfelen.
Men verliest het geloof, door slechts ééne waarheid van
het geloof te verwerpen of daaraan vrijwillig te twijfelen;
want als men dat doet, heeft men aan geen een punt meer
een goddelijk geloof. Want opdat ons geloof goddelijk zij,
moeten wij gelooven, omdat God het zegt^ en als men gelooft,
omdat God het zegt, zal men zoowel het eene gelooven,
als het andere, omdat God zoowel het eene als het andere
heeft gezegd.
Verwerpt men dus één punt, dan gelooft men ook de
andere niet, omdat God het zegt, maar omdat men het goed-
vindt ; want anders zou men ook dat ééne punt wat men
verwerpt, gelooven , wijl God dat even goed gezegd heeft.
Hieruit volgt, dat men het geloof der orthodoxe of zooge-
naamde geloovige protestanten niet overschatten moet, en
niet te veel moet dwepen met het woord „ christelijk", wat
sommigen zoo uitbundig plaatsen voor al hun doen en laten;
ofschoon wij hun de voorkeur geven boven volslagen onge-
loovigen.
§ 3.
16 V, Is het ook noodzakelijk^ dat wij eenige
waarheden of stukken des Geloofs weten ?
A. Ja; wij moeten eenige waarheden des Geloofs
weten uit noodzakelijkheid des middels, en eenige
stukken des Geloofs uit noodzakelijkheid des gebods.