Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
373
H. Oliesel, met een onvolmaakt berouw ontvangen, de dood-
zonden wegneemt, die men in gevaar van sterven niet in
staat is te biechten, is dit Sacrament in menige gevallen
het eenige redmiddel voor den stervenden zondaar. B. v.
iemand krijgt plotseling eene beroerte, of stort neder ten
gevolge van eene hartkwaal, die hem van 't gebruik zijner
zintuigen berooft, zoodat hij niet eens door teekens de dood-
zonden biechten kan, waaraan hij schuldig is. Door met
een onvolmaakt berouw het H. Oliesel te ontvangen, krijgt
hij vergifienis van zijne zonden, kwijtschelding van de strafién
der hel, de heiligmakende gratie, het recht op den hemel.
Meer nog. Iemand wordt in staat van doodzonde krankzinnig.
Van het gebruik zijner rede beroofd, kan hij natuurlijk niet
biechten, noch een berouw verwekken. Maar gelukkig heeft
hij te voren, 's avonds vóór 't slapen gaan of 's morgens bij
het opstaan, volgens christelijk gebruik, eene akte van berouw
gebeden. Zijn berouw was, zoo veronderstellen we, onvol-
maakt. Dat berouw wordt geacht voort te duren. In ster-
vensgevaar ontvangt zoo iemand het H. Oliesel, en door dit
Sacrament, dat voor hem de Biecht aanvult, vervangt, krijgt
hij vergiffenis der doodzonden , welke hij , ingevolge zijner
kwaal, niet in staat is te biechten ; door het H. Oliesel komt
hij in den hemel. Uit de twee aangehaalde gevallen moet
go met mij besluiten, hoe grootelijks dit 4^«: voordeel van
het H. Oliesol te waardeeren is, nl., dat het de doodzonden
wegneemt, die men alsdan niet in staat is te biechten, mits men
er een onvolmaakt berouw over hebbe. Uit de noodzakelijkheid
van deze conditie of voorwaarde, dat men over zijne zonden
een onvolmaakt berouw hebbe, moet ge met mij vorder af-
leiden, hoe dringend het geraden, aan te bevelen is, minstens
iederen avond eene akte van berouw over onze zonden te
verwekken, om, indien we onverwachts van 't gebruik onzer
zintuigen , of zelfs van ons verstand beroofd worden , gelijk
zoovelen overkomt, nog door middel van het H. Oliesel ver-
giffenis onzer zonden te verkrijgen, in den hemel te komen.