Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
370
verstaan heeft, leert de H. Apostel Jacobus de stof, den
vorm, den eigen bedienaar, en het uitwerksel van dit heil-
zaam Sacrament. Immers de H. Kerk begreep, verstond uit
die woorden , dat de stof van dit Sacrament is: olie door
den Bisschop gewijd; want de zichtbare zalving met olie
duidt zeer eigenaardig de gratie ran den H. Geest aan ,
waardoor de ziel des zieken onzichtbaar gezalfd, (verlicht,
versterkt, opgebeurd) wordt. En dat de vorm van dit Sa-
crament bestaat in deze woorden: „Door deze heilige zalving "
enz. als boven (bl. 368.)
Omdat de H. Jacobus allereerst zegt: „ Is iemand onder u
ziek'*, vraagt de Catechismus in zijne
2 V. Aan icelke zieken moet het H. Oliesel wor-
den toegediend ?
A. Aan de zieken, die tot de jaren van verstand
gekomen zgn , en in gevaar zijn van sterven.
Uit dit antwoord blijkt ten l^te, dat men tot de jaren van
verstand moet gekomen zijn, om dit Sacrament te kunnen ,
dus zeker om het te moeten ontvangen. In den regel kan of
mag dus dit Sacrament niet worden toegediend aan kinderen
beneden de zeven jaren, en zeker niet aan krankzinnigen,
zinneloozen, die nooit het gebruik hunner rede gehad hebben.
Ten blijkt uit dat antwoord, dat men, om dit Sacra-
ment geldig te kunnen ontvangen, bovendien met grond moet
kunnen gedacht worden in gevaar te zijn van sterven, en wel
ten gevolge van eenige zware, gevaarlijke ziekte. Dus kan
dit Sacrament niet geldig worden toegediend aan iemand, die
niet door ziekte, maar b. v. door schipbreuk of oorlog aan
het gevaar van sterven is blootgesteld. Wordt echter iemand
dien ten gevolge doodsgevaarlijk gewond, zeker dan kan en
moet, zoo mogelijk , hem het H. Oliesel worden toegediend.
3 V. Hoe dikwijls mag men het H, Oliesel ont'
vangen ?