Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
367
geen voldoend berouw voor de Biecht kunnen hebben,
en dus het gebed voor de Biecht noodzakelijk is.
7. Waarom is het raadzaam, reeds vóór de Biecht eenigen
tijd daarmede bezig te zijn en er voor te bidden , of
zich goed voor te bereiden ?
8. Welk verschil is er tusschen zijn zonden vertellen en
biechten P
9. Welke hoedanigheden moet de Biecht hebben P
10. Waarom is het noodzakelijk , zijn doodzonden en niet
zijn dagelijksche zonden te biechten F Waarom is dit
laatste toch raadzaam P
11. Iemand biecht: ik heb vijf doodzonden gedaan; wat
ontbreekt aan die Biecht P
12. Een kind biecht: ik ben in de kerk oneerbiedig geweest
— ongehoorzaam geweest — heb driemaal gestolen —•
gelogen en gevloekt; maar mijn broer was er de schuld
van. Wat ontbreekt aan die Biecht?
13. Op hoeveel manieren kan men schuldig eene zonde in de
Biecht achterlaten ?
14. Waarom moet men bijzonder acht geven op het berouw,
als men alleen dagelijksche zonden te biechten heeft P
En waarom is het dan raadzaam , een grootere zonde
van het vorige leven er bij te voegen P En hoe doet
men dat P
15. Uit hoeveel oorzaken kan de Biecht slecht, ongeldig zijn P
16. Welke gratiën heeft men noodig om eene goede Biecht
te spreken P
17. Hoe verkrijgt men die gratiën, en hoe gebruikt men
dezelve, of werkt men met dezelve mee P
18. Waaraan kan men met genoegzame zekerheid zien , dat
men goede biechten gesproken heeft P