Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
365
Ten ^ aan diegenen, welke de naaste gelegenheid niet
willen verlaten , of
Ten 5'ie, op eenige andere wijze de zonden niet willen
laten, m. a. w. hnnne levenswijze niet willen verbeteren.
Ten , aan diegenen, welke publieke, openbare ergernis
gegeven hebben , en deze nog niet publiek hersteld, wegge-
nomen hebben, zooveel ze kunnen.
De reden , waarom de Biechtvader in deze en soortgelijke
gevallen de absolutie niet mag geven, is duidelijk deze, dat
al deze en soortgelijke biechtelingen geen waar berouw of
goed voornemen hebben, en dus het H. Sacrament der Biecht
niet waardig kunnen ontvangen , vooraleer zij zich oprecht
bekeeren.
51 V. Wat zult gij doen, als de Biechtvader, na
u vermaand te hebben , de H. Absolutie geeft ?
A. Dan zal ik nogmaals eene akte van berouw
verwekken.
Als de biechteling de beschuldiging zijner zonden geëindigd
en de nabiecht gezegd heeft, geeft hem de Biechtvader ge-
woonlijk eenige vermaningen , om hem meer tot berouw en
tot trouw gebraik der middelen om de zonden in 't vervolg
te vermijden , en in oprechte deugd vooruit te gaan , op te
wekken. Terwijl de Biechtvader, nadien, de H. Absolutie
geeft, behoort men altoos nogmaals eene akte van berouw te ver-
wekken, en soms moet men zulks doen. De Catechismus zegt:
nogmaals, omdat hij veronderstelt, dat men het reeds gedaan
heeft alvorens den Biechtstoel in te gaan. Want onder 't
geen men behoort of moet onderhouden, als men te biechten
gaat, heeft hij aangegeven ten 4'ie, de akten van geloof,
hoop, liefde en vooral van Berouw verwekken, (37"e V.) Men moet
minstens op den oogenblik, waarop men de H. Absolutie
ontvangt, een waar berouw hebben. (Vgl. V.)