Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
362
beiijdenie onzer zonden een blijk van vertrouwen geven, maar
nog meer, omdat, hoe oprechter en rechtzinniger wij onze
biecht spreken , hij te meer zeker is, dat de zonden, van
welke hij ons in naam van God ontslaat, vergeving schenkt,
ook werkelijk vergeven zijn in den hemel, en wij due, hoe
schuldig we ook waren toen we den Biechtstoel ingingen ,
na eene rechtzinnige en rouwmoedige belijdenis, in vriend-
schap met God hersteld, den Biechtstoel zijn uitgegaan. Voor
een Priester is er geen grooter voldoening denkbaar. Alle
schaamte om den Biechtvader rechtzinnig de zonden te be-
lijden , waaraan men mocht schuldig zijn, is dus onredelijk.
Mochten de twee verklaarde waarheden voor iemand nog niet
voldoende zijn om alle schaamte te overwinnen, hij bedenke
dan nog ten S«!«, dat het beter is zijne zonden in het geheim aan
één Priester, wien ook , te belijden , dan op den algemeenen
oordeelsdag in tegenwoordigheid van alle menschen, met
name die en die, welke ons gekend hebben, in eeuwigheid er
over beschaamd te moeten zijn. Immers, wil men niet zeker
voor eeuwig naar de hel gaan, dan moet men de dood-
zonden , welke men na een naarstig onderzoek van geweten
indachtig is, ééns oprecht, rechtzinnig belijden. (VgL30««V.)
45 V. Mag men in de biecht ook een ander be-
schuldigen ?
A. Neen ; want de biecht is slechts eene beschul-
diging van zich zeiven.
Neen, in de Biecht mag men een ander niet beschuldigen,
mag men niet zeggen: die en die heeft dat gedaan. Want
de biecht of belijdenis is slechts eene besehuldiging van zich
zeiven, eene droevige bekentenis van zijne zonden, niet van die
van een ander.
46 V. Mag men in de biecht den persoon noemen,
met welken men gezondigd heeft, of die aan de zonde
medeplichtig is ?