Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
356
Ten , moet men , als men fe biechten gaat, de akten van
geloof, hoop , liefde en vooral van berouw verwekken.
Zeker is het geen „moef de akten van geloof, hoop en
liefde voor de Biecht uitdrukkelijk te verwekken; want door
het godvruchtig ontvangen van het H. Sacrament der Biecht
worden die akten van zelf verwekt; nochtans behoort, is het
geraden, betaamt het, dat men, als voorbereiding tot de
H. Biecht, de gevoelens van geloof, hoop en liefde in zich
verlevendige. (Vgl. Les, 4''« V. bl. 165) Een ware akte
van berouw is tot het waardig ontvangen van het H. Sacra-
ment der Biecht noodzakelijk. Immers het berouw is het
noodzakelijkste deel, dat van den kant des Biechtelings tot
eene goede Biecht vereischt wordt, (ö'^® — T«"® V.)
40 V. Boe zal men zich met Gods gratie het hest
tot berouw opwekken ?
A. Door na te denken ten 1. dat men door de
zonden den hemel verloren en de hel verdiend heeft;
teri 2. dat Jesus, om de zonden te boeten, de vreese-
lijkste pijnen en den smartelyksten dood heeft onder-
gaan ; en ten 3. dat men door de zonden Qod , het
opperste goed , heeft beleedigd.
In de vraag zegt de Catechismus: Hoe zal men zich met
Gods gratie het best tot berouw opwekken, omdat het berouw
eene gave Gods is, en wij het niet uit ons zeiven kunnen
hebben, maar zeker zullen verkrijgen, als we met Gods
voorkomende gratie meewerken, en er welgemeend, te goeder
trouw om bidden. (Vgl. 15^® V.)
Dusdoende zal men zich het best tot een waar berouw
opwekken, ten l^^e, door na te denken, dat men door de zonden
den hemel verloren en de hel verdiend heeft. Heeft men slechts
dagelijksche zonden te biechten, dan kan men zich het vage-
vuur voorstellen.