Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
355
Ten SJt, moet men, als men te biechten gaat, zijn geweten
onderzoeken.
39 V. Hoe onderzoekt men het best zijn geweten ?
A. Als men met zorg nadenkt, welke en hoe-
vele zonden men bedreven heeft tegen de geboden
Gods, tegen de geboden der H. Kerk, en tegen de
plichten van zijnen staat; alsmede op welke plaatsen
men geweest is, en met welke personen men ver-
keerd heeft.
Ah men met zorg (Vgl. 24"e V) nadenkt, welke (t. a. p.) en
hoenele (27»" en 28»« V.) zonden men bedreuen heeft tegen de ge-
boden Gods, tegen de geboden der E. Kerk, en tegen de plichten
van zijnen staat. Kinderen behooren zich in dit opzicht vooral
te onderzoeken omtrent de godsdienstigheid (1»" Gebod , 22»t=
Les, V.; 3>ie Gebod , 25'«« Les, 8»t' V.; 29>te Les. 5'i' V.);
omtrent den eerbied aan vader en moeder, en oversten ver'
schnldigd, daaronder begrepen, de leerzaamheid, ijveren
vlijt in de schooi, en in de godsdienstige onderrichtingen in
de kerk. (4'"' Gebod, 26»«^ Les.) Verder omtrent de liefderijk-
heid in den omgang met andere kinderen, en bovenal omtrent
de zedigheid, het sieraad der jengd , {5'^', 6J« en O"'' Gebod,
27»" Les). In deze deugden zijn immers voor kinderen de
plichtan van hunnen staat voornamelijk vervat, opgesloten.
Niemand mag de enkel inwendige tonden, b. v. tegen de heilige
deugd, besehouwen als behoefde men die niet te biechten.
Een ieder behoort bijzonder acht te geven op zijne hoofdfout.
Als hulpmiddel om zich zijne zonden te herinneren, beveelt
de Catechismus ten slotte aan, na te denken op welke plaatsen
men geweest is, misschien verboden , verdachte, eenzame , ge-
vaarlijke plaatsen, en wat daar is voorgevallen; en met welke
personen men verkeerd, omgegaan, gespeeld heeft; misschien
met makkers, wier gezelschap onders of oversten ons bevolen
hadden te vermijden.