Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
353
Sacrament der Biecht geldig en waardig te ontvangen. Dus
moei men alle doodzonden, aan welke men zich na een naar-
stig onderzoek van geweten plichtig bevindt, en die men
nog niet goed gebiecht heeft, rechtzinnig belijden, er een
waar beronw over hebben, en dus ook den wil om zijne
penitentie te volbrengen. (Vgl. § 2 en 3.)
Wat men behoort te onderhouden als men te biecht gaat,
dient om het Sacrament der Biecht met meer vrucht te ont-
vangen. (Vgl. bl. 232.)
Zoo b. v., ten 1»»«, moet, d. w. z., behoort men, als men te
biecht gaat, God te bedanken, dat Hij ons in de zonden
niet heeft laten sterven.
Zeker behoort men God voor die weldaad te bedanken ;
want uit loutere goedheid geeft Hij ons de gelegenheid om
door eene goede Biecht de eeuwige straffen der hel af te
weren en de tijdelijke straffen van het vagevuur te verkorten.
Men kan die dankzegging doen door uiterharte de verzuch-
ting te bidden , die in het Avondgebed wordt aangegeven:
„Mijn Heer en mijn God, ik bedank U voor alle weldaden,
bijzonderlijk dat Gij mij (sinds mijne laatste Biecht in 't
leven) bewaard hebt."
Doch, hoe passend en rechtmatig die dankzegging ook zij,
wordt ze toch zeker niet vereischt om het H. Sacrament der
Biecht geldig en waardig, maar alleen om het met te meer
vrucht te ontvangen.
Ten 2''®, moeten we den H. Oeest om gratie bidden,
38 V. Welke gratie moeten wij den H, Geest ver^
zoeken ?
A. De gratie om de zonden te kennen, er een
oprecht berouw over te hebben, en ze goed te biechten.
Als we te biechten gaan , behooren wij den H. Geest op
eene of andere wijze te verzoeken, ten l^te, de gratie om de
C 23