Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
351
De Catechismus zegt, dat de penitentie dient ten , om
eenigszins te voldoen voor de tijdelijke straffen der vergeven
zonden. Immers door eene goede Biecht verkrijgt men wel
kwijtschelding der eeuwige strafien, en bovendien van een
gedeelte der tijdelijke strafien, maar niet altijd van alle tijde-
lijke strafiTen ; dikwijls, doorgaans zelfs, blijven er voor de ver-
gevene dood- en dagelijksche zonden eenige tijdelijke straffen
over. (Vgl, V.) De penitentie dient om eenigszins voor
die overblijvende tijdelijke straffen te voldoen , niet enkel in
zoover zij uit een of ander goed werk bestaat, maar vooral
in zoover zij , uit kracht van de instelling van Christus, een
volmakend deel is van het Sacrament der Biecht, dat, gelijk al
de andere Sacramenten, de gratie geeft, die 't beteekent. V.)
Dewijl echter de Biechtvader om de menschelijke zwakheid
gewoon is slechts eene betrekkelijk geringe boete op te leggen,
en de penitentie dus in den regel veel te klein, te gemakke-
lijk is om daardoor voor alle overblijvende straffen te vol-
doen, zegt de Catechismus, dat ze dient om eenigszins te vol-
doen voor de overblijvende tijdelijke straffen der vergeven
zonden. Wij behooren ons dus niet te bepalen bij de peni-
tentie, welke de Biechtvader oplegt, maar trachten om ook
nog door andere goede werken voor onze tijdelijke straffen
te voldoen, en wel vooral door het godvruchtig bijwonen
der fl. Mis (34«»® Les, 12J® V.), het verdienen van aflaten
(15'ie Les, y*»®— 12<i® V.), door geestelijke of lichamelijke
werken van barmhartigheid, door vasten of versterving van
zich zeiven , door de moeilijkheden, aan ons werk en onzen
staat eigen, door ziekten, kruisjes en tegenspoeden, die God
ons overzendt, geduldig te verdragen, „'tis", zegt de H.
Kerkvergadering van Trente, „een zeer groot blijk van Gods
liefde, dat wij door de tijdelijke kastijdingen, door God ons
aangedaan en geduldig door ons verdragen, bij God den
Yader door de verdiensten van Jesus Christus kunnen vol-
doen.'" (Zitt. XIV, hfdst, IX en Can. XIIL)
Ten 2''® dient de penitentie als een hulpmiddel tegen het het'