Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
347
Ting. Hij dient er ook acht op te geven, of hij soms in dien
toestand het H. Vormsel, of in gevaar van sterven het H.
Oliesel ontvangen heeft, of hij bediend is geweest. Want
aan zoovele heiligschennissen zou hij schuldig zijn.
En ten 3'«, moet hij zich opnieuw beschuldigen van alle dood-
zonden , welke nog niet in eene goede Biecht beleden zijn. Want
van degene, welke hij in eene slechte Biecht beleden heeft,
kreeg hij geene vergiffenis. (29®»® V.) En toch moet men,
om er vergiffenis van te krijgen , volgens Christus gebod,
alle doodzonden, die men na het Doopsel gedaan heeft,
eens goed biechten. (Vgl, 32"»® Antw.)
Zoo iemand behoort er ook op te letten , of hij soms den
paaschtijd in dien toestand heeft doorgebracht; want zoo ja,
dan heeft hij niet aan zijn paaschplicht voldaan. (Vgl. 29"»^;
Les y ll-ie V.) Uit al hetgeen hij doen moet, die eene dood-
zonde vrijwillig verzwegen heeft, ligt de gevolgtrekking voor
de hand, dat het veel gemakkelijker is altijd rechtzinnig te
biechten, dan ooit vrijwillig eene doodzonde te verzwijgen;
want, wil men niet naar de hel gaan, dan moet men de
verzwegen zonde toch eens biechten, en geheel den nasleep
van dien : de heiligschennissen , enz. Bovendien is deze een-
maal bedreven heiligschennis, zoolang als ze niet hersteld is,
voor den schuldige eene voortdurende foltering; de knagende
worm van zijn geweten laat hem rust noch vrede. Die het
ongeluk mocht hebben zich in zulken droevigen toestand te
bevinden, herstelle toch spoedig zijne slechte Biecht; roepe
Maria, de Moeder van Barmhartigheid, met vertrouwen aan.
Zij , de hoop der hopeloozen , zal hem moed verkrijgen om
alles rechtzinnig te belijden, en de Biechtvader zal hem met
open armen ontvangen , hem in alles te hulp komen, als de
ongelukkige maar dadelijk zegt: Eerw. Vader, ik heb den
vorigen keer, of sinds zoolang niet goed gebiecht, eene
doodzonde vrijwillig verzwegen____ Geen grooter troost voor
een Biechtvader, dan het geluk te hebben een verloren schaap
weer tot Jesus te kunnen terugbrengen. „Ik zeg u: evenals