Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
346
A. Ja , het is eene groote doodzonde van heilig-
schennis ; en men krygt geene vergiffenis van de
zonden , die men gebiecht heeft.
Vrijwilllig, b. v., uit schaamte of uit eene andere soortge-
lijke beweegreden, ééne doodzonde in de Biecht te verzwij-
gen , of zóó te bewimpelen, te verontschuldigen, dat de
Biechtvader ze als eene dagelijksche zonde moet opnemen ,
beoordeelen, b. v., omdat men zegt deze of gene uiteraard
grootelijks zondige daad, half slapend, zonder volkomen
toestemming te hebben bedreven, terwijl men ze toch met
genoegzaam bewustzijn, geheel vrijwillig bedreven heeft, —
is eene groote doodzonde van heiligschennis. Immers men
onteert op die wijze het H. Sacrament der Biecht, ontegen-
zeglijk eene heilige zaak (22"'® Les, 8»'® V.), en men krijgt
geene vergiffenis van de zonden, die men overigens goed gebiecht
heeft, juister gezegd, goed zou gebiecht hebben. Want blijk-
baar ontbreekt in dit geval èn het waar berouw (vgl. ll<i® V.),
•èn de allernoodzakelijkste hoedanigheid der Belijdenis, de
rechtzinnigheid en volledigheid. (23»'® V.)
30 V. Wat moet hij doen, die eene doodzonde
vrijwillig verzwegen heeft ?
A. Hy moet ten 1. de zonden biechten, welke hij
verzwegen heeft; ten 2. de heiligschennissen belyden,
waaraan hij schuldig mocht zijn; en ten 3. zich
opnieuw beschuldigen van alle doodzonden, welke
nog niet in eene goede Biecht beleden zijn.
Die, door den duivel misleid , vrijwillig eene doodzonde
verzwegen heeft, moet, ten 1"^®, de zonden biechten, welke hij
verzwegen heeft, b. v. van onkuischheid, onrechtvaardigheid,
of welke andere ook.
Ten 2'!®, moet hij de heiligschennissen belijden, waaraan hij
schuldig mocht zijn, ja is, zoo dikwijls hij met bewustzijn van
^ijne onwaardigheid de H. Absolutie, de H. Communie ont-