Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
345
biechten, dat het iemand, wezenlijk gemeend, een groot kwaad
heeft toegewenscht, maar moet er bij zeggen, dat het pac^ffr of
moeder groot kwaad heeft toegewenscht. Deze omstandigheid
toch verandert de doodzonde, welke verondersteld kind tegen
het vijfde gebod bedreef (27^^® Les, 3''® V.), merkelijk, en
maakt op haar eigen eene nieuwe soort doodzonde uit, nl.
tegen het vierde gebod. (26»^^ Les, V.) Gelijksoortige
reden geldt, indien iemand eene doodzonde bedrijft tegen de
heilige deugd van zuiverheid met bloed- of aanverwanten.
Ten 2''®, die omstandigheden, welke van eene dagelijksche zonde-
eene doodzonde maken. Daarom zou b. v. iemand, die op Zon-
of feestdagen onder een merkelijk deel van de H. Mis uiter-
lijk oneerbiedig is geweest, niet volstaan met te biechten :
ik heb op een werkdag niet goed de H. Mis bijgewoond.
Want de omstandigheid van tijd verandert in dit geval de^
zonde merkelijk. Op werkdag was die oneerbiedigheid eene
dagelijksche zonde, maar op Zon- en feestdagen, waarop
men verplicht is de ÏÏ. Mis bij te wonen, gelijk het behoort,
Les, V.), met goede manieren (•293te Les, 5''« V.),
is die oneerbiedigheid eene doodzonde. Daarom zou ook
iemand , die als uit scherts, zich eene lichtzinnige uitdruk-
king of vrijheid zou veroorloven, maar met het inzicht, de
bedoeling, om een ander tot groote zonde tegen de heilige
deugd te verleiden, over te halen, grootelijks zondigen.
Want, verondersteld, dat die zegs- of handelwijze op zich
zelve beschouwd, maar eene dagelijksche zonde zij, is ze
toch eene doodzonde om de booze bedoeling, het slechte
inzicht, waaruit die zegs- of handelwijze voortkwam.
Alle doodzonden, die men nog niet goed gebiecht heeft, moet
men biechten met getal, en die omstandigheden, welke de zonden
merkelijk veranderen, omdat men anders niet alle doodzonden
zou belijden, welke, volgens Christus' gebod, in de H. Biecht
moeten beleden worden, om er vergiffenis van te verkrijgen.
29 V. 7s het groot kwaad vrijwillig^ bijvoorbeeld:
uit schaamte^ eene doodzonde in de Biecht te verzwijgen ?'