Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
344
27 V. Wat is biechten met getal?
A. Zeggen , hoe dikwijls men de zonde van de-
zelfde soort gedaan heeft, of meent gedaan te hebben.
Biechten met getal is, zeggen, hoe dikwijls men de zonde
van dezelfde soort gedaan heeft, h. v., hoe dikwijls men zeker
weet een grooten vloek, onkuischheid gedaan te hebben, enz.
Indien men, na een naarstig onderzoek van geweten , het
juiste getal niet kan bepalen , dan is het genoeg te zeggen
hoe dikwijls »2^« meent dezelfde zonde bedreven te hebben ,
b. v. drie of vijfmaal, enz. en er bij te voegen minder oimeer.
Kan men, b. v. ten gevolge van eene gewoonte van in dezelfde
zonden te hervallen, het getal zelfs niet ten naaste bij be-
palen door bijvoeging van: zoo dikwijls min of meer, dan is
het genoeg te zeggen, hoe dikwijls men eiken dag, of elke
week , of maand , in welke omstandigheden vooral, men ge-
woonlijk die zonden bedreef.
28 y. Welke omstandigheden moet men bij de
zonden voegen ?
A. Die omstandigheden, welke de zonden merke-
lijk veranderen.
Dus zeker, ten , die omstandigheden , welke op haar eigen
eene nieuwe doodzonde van anderen aard uitmaken. B. v., iemand
steelt kerkelijk goed van zooveel waarde, dat de diefstal op
zich zelf eene doodzonde is tegen het zevende gebod.
Les, en ö^® V.) Immers de omstandigheid , dat het ge-
stolen goed kerkelijk goed is, verandert de zonde van diefstal
merkelijk, en maakt op haar eigen een nieuwe doodzonde
van anderen aard uit. Van welken aard? Van eene heilig-
schennis , grootelijks strijdig tegen het eerste gebod, en wel
bepaald van zakelijke heiligschennis. (229te Les, S^tc V.) Een
kind vergeet zijn plicht jegens vader of moeder zoo verre-
gaande , dat het hun in zijn hart een groot kwaad, b. v. den
dood, toewenscht. Zulk ontaard kind voldoet niet met te