Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
340
teDis althans op den oogenblik, waarop men de absolutie
ontvangt, met een waar berouw vereenigd worden, gepaard
gaan. (Vgl. V.) Zijne zonden louter verhalen, ze ver-
tellen als eene geschiedenis, waarin men vooral lang en breed
doet uitkomen, hoezeer men door dezen of genen miskend is,
dat men door de hevigheid der bekoring of door deze of
gene omstandigheid tot de zonde vervoerd is, enz., lijkt dus
weinig of niet op de droevige bekentenis van zijne zonden,
waaruit de Belijdenis, ten i»'«, bestaat. (Zie verder V.)
De Belijdenis is eene droevige bekentenis ten van zijne eigQne
zonden, d. w. z., van de zonden die we zelf bedreven hebben,
of, die wel door anderen bedreven zijn, maar ons mede aan-
gerekend worden, omdat wij tot dezelve op eenige wijze ge-
holpen hebben, b. v. door aanraden, beschermen, gebieden,
enz. (Zie 41»'® Les, 1«»® en V.)
Overigens mag men in de biecht een ander niet beschuldi-
gen, de zonden van een ander niet vertellen; want de biecht
is slechts eene beschuldiging van zich zeiven. (Zie 45"'® V.)
De Belijdenis is eene droevige bekentenis van zijne zonden
aan den Biechtvader ten 3''% om. er de absolutie van te ontvangen.
Indien men dus enkel en alleen in den biechtstoel gaat om
van den Biechtvader in deze of gene aangelegenheid raad in
te winnen , of om getroost, opgebeurd te worden in eene of
andere droevige omstandigheid, waarin men zich bevindt,
dan is dergelijke vertrouwelijke openbaring geene eigenlijk
gezegde Biecht of Belijdenis.
De voornaamste, allernoodzakelijkste hoedanigheid der Be-
lijdenis is, dat ze rechtzinnig zij. Immers is de Belijdenis
rechtzinnig, dan zal ze van zelf nederig en oprecht (43»te V.),
,en , zooveel noodig, volledig zijn. In hoeverre de Belijdenis
volledig moet zijn , leert de volgende vraag.
24 V. Welke zonden moei men biechten^ belijden?
A. Alle doodzonden , aan welke men zich na een