Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
339
Nota. Inleiding tot § 3.
Van den kant des Biechtelings worden er, gelijk we nit
de 5'ie V. dezer les leerden , drie deelen tot de Biecht ver-
eischt : het berouw, de belijdenis en de voldoening. ^
Een waar berouw en rechtzinnige belijdenis zijn wezenlijke f
deelen van het H. Sacrament der Biecht, behooren tot des-
zelfs wezen. De voldoening is uit haar aard een voltooiend,
volmakend deel der H. Biecht, doch een wezenlijk deel in
zoover men op den oogenblik der H. Absolutie den wil moet
hebben de penitentie te volbrengen, welke de Biechtvader
heeft opgelegd. Want zonder dien wil, kan men geen waar
berouw hebben over alle doodzonden, waaraan men plichtig
is. In de Biecht zelve den wil hebben zijne penitentie niet
te volbrengen , is eene doodzonde. Immers die wil sluit den
wil in , het Sacrament der Biecht van zijn voltooiend, vol-
makend deel te berooven , het Sacrament der Biecht als ver-
minkt te ontvangen ; iets wat blijkbaar eene onteering van
dat Sacrament zijn zou. Dus, indien men dien boozen wil
bij de Biecht zou hebben, kan men ook geen algemeen berouw,
dus geen waar berouw hebben over zijne zonden.
Handelde de § over het Berouw, de volgende handelt
over de Belijdenis en de Voldoening.
§ 3.
Yiiu de Belijdenis en de Voldoening.
23 V. Wat is de belijdenis ?
A. Eene droevige bekentenis van zijne zonden aan
den Biechtvader, om er de absolutie van te ontvangen.
De Belijdenis is ten l^^c eene droevige bekentenis, d. w. z.
eene rouwmoedige aanklacht of beschuldiging van zijne zon-
den met het inzicht om er de absolutie van te ontvangen.
Men kan er de absolutie niet van ontvangen zonder berouw.
(Vgl. 7''e V.) Dus moet, op zijn minst genomen, de beken-