Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
338
wordt opgehelderd door het tweede lid van het antwoord op
de 20ste V., nl., dat het onvolmaakt berouw de zonden vergeeft
met de Biecht,
Tot het waardig ontvangen van het H. Sacrament der
Biecht is een onvolmaakt berouw noodzakelijk, maar tevens
voldoende.
Het -volmaakt berouw is daartoe niet noodzakelijk, maar
zeker gewenscht. Immers, ontvangt men het H. Sacrament
der Biecht met een volmaakt berouw , dan krijgt men door
dit Sacrament vermeerdering der heiligmakende gratie, en
meerdere kwijtschelding van tijdelijke straffen. (Vgl. V.)
Trachten we dus, zoo dikwijls we te biechten gaan, een
volmaakt berouw te verwekken. Orerwegen we te dien einde
de dankbaarheid , die we den algoeden God schuldig zijn ,
maar door onze zonden miskend hebben; overwegen we
vooral het lijden van onzen Heer en God Jesus Christus,
voorts zijne oneindige goedheid, en we zullen , door Gods
genade geholpen, gemakkelijk tot een volmaakt berouw komen.
(Vgl. Aanhangsel, bl. 6, 3°.)
Wonen we te dien einde eerbiedig en aandachtig de H.
Mis bij , of doen wij den Kruisweg als voorbereiding tot de
H. Biecht. Laten onze omstandigheden dit niet toe, bidden
we dan God op eenige andere wijze vurig en vertrouwvol
om een volmaakt berouw, en God zal in zijne oneindige
barmhartigheid ons gebed verhooren. Immers Hij verlangt
niets meer, dan dat wij Hem volmaakt, uit geheel ons hart,
liefhebben en beminnen.
Mochten we ooit, over dag of des nachts, het ongeluk
hebben eene doodzonde te bedrijven, verzuimen we dan toch
niet, aanstonds, en 's morgens bij het opstaan, en 's avonds
voor het slapen gaan, een akte van volmaakt berouw te
bidden, om niet in staat van doodzonde door den dood over-
vallen te worden; maken we ook dadelijk het besluit om
zoodra mogelijk te biechten te gaan. (Vgl. V.)