Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
337
een volmaakt berouw ligt opgesloten.*' Dus is de wil van.
te biechten, althans zoover deze in het volmaakt berouw
stilzwijgend is opgesloten, (vgl. 31»'® Les, V.) noodzakelijk
om een volmaakt berouw te kunnen hebben.
Dit blijkt te over uit de twee volgende vragen.
21 V. Als men in gevaar is van sterven en niet
kan biechten, kan men dan vergiffenis krijgen van
zijné doodzonden ?
A.. Ja, door een volmaakt berouw met den wil
van te biechten,
22 V. Moet men dan de doodzonden^ die door een
volmaakt berouw vergeven zijn , nog biechten ?
A. Ja , als men zulks kan.
De hoofdreden hiervan is, dat Christus wil, dat alle dood-
zonden , die na het Doopsel gedaan zijn, eens gebiecht
worden. (32«te y.)
Dezo waarheid is soms voor angstvallige zielen een oorzaak
van voortdurende onrust en verwarring; zij willen onophou-
delijk hunne zonden opnieuw biechten uit vrees, dat ze soms
een of andere zonde hebben vergeten, of niet goed gebiecht,
omdat zij zich daarvan niets meer herinneren. Dat alle
zonden eens gebiecht moeten worden, slaat enkel op dood-
zonden , die men als dusdanig kent en niet gebiecht heeft;
wat zeker het geval niet zijn zal, wanneer de biechtvader
verbiedt ze opnieuw te biechten; en mocht bij toeval aldus
eene zonde niet gebiecht zijn, dan zal die bij God als eene
onschuldig vergetene worden aangezien, welke door elke
absolutie vergeven wordt. Zij hebben dus zich ook hier te
onderwerpen en blindelings te gehoorzamen. (Vgl. vr. 24,
31, 32.)
Het derde verschil tusschen volmaakt en onvolmaakt berouw
C 22