Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
336
het soort berouw, dat tot eene goede Biecht noodzakelijk is,
of gewenscht mag heeten.
Het tweede verschil wordt duidelijk uit de
20 V. Wat kracht heeft het volmaakt berouw meer
dan het onvolmaakt berouw ?
A. Dat bet volmaakt berouw de zonden vergeeft
zonder de Biecht, en het onvolmaakt berouw met
de Biecht.
Geeft wel acht op dit antwoord; want de Catechismus
zegt in volle waarheid: dat het volmaakt Berouw de zonden
vergeeft zonder de Biecht, maar hij leert geenszins, dat wij,
zonder den wil te hebben om te biechten, als we kunnen, vergiffenis
van eenige doodzonde kunnen verkrijgen. Daarom zou hij
grovelijk dwalen, die zou denken: ik zal die doodzonde maar
niet biechten; ik zal er maar een volmaakt berouw over
verwekken; dan wordt ze toch vergeven. Geheel deze rede-
neering is zoo valsch mogelijk. Immers wij kunnen geen
volmaakt berouw verwekken zonder den wil te hebben van
te biechten, als we kunnen. Want het volmaakt berouw
komt voort uit liefde tot God als het opperste goed in zich
zeiven. (17*''= V.) Het volmaakt berouw vereischt dus ten
minste , dat men alles wil doen wat God op doodzonde ge-
biedt. Welnu, Christus, waarachtig God, gebiedt, wil op
doodzonde, dat wij alle doodzonden, die we na het Doopsel
gedaan hebben, eens biechten, als we kunnen. (Vgl. 32ste V.)
Derhalve kunnen wij zonder den wil te hebben van te
biechten, als we kunnen, niet alleen geen volmaakt, maar
zelfs geen onvolmaakt berouw hebben over onze zonden, en
dus zonder dien wil er geene vergiffenis van bekomen.
Daarom leert dan ook de Kerkvergadering van Trente na-
drukkelijk. (T. a. p. hfdst. IV.) „Die verzoening echter moet
niet worden toegeschreven aan het berouw zeiven, zonder den
van het H. Sacrament der Biecht te ontvangen, welke wil in