Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
8 V. Waardoor weten wij met zekerheid hetgeen
wij moeten gelooven ?
A. Door de leering der H. Kerk, die niet kan
falen in hetgeen zij ons voorhoudt te gelooven.
Wij weten met zekerheid hetgeen wij moeten gelooven,
door de leering der Kerk; dat is : door de prediking en onder-
richting der Kerk.
Wat wil zeggen, de Kerk kan niet falen in hetgeen zij ons
voorhoudt te gelooven f
Dat wil zeggen : dat de Kerk in geloofswaarheden geen abuis,,
het niet mis kan hebben.
9 V. Waarom kan de H, Kerk niet falen in
hetgeen zij ons voorhoudt te gelooven ?
A. Omdat zij, volgens de beloften van Christus,
altijd bestuurd wordt door den H. Geest, die de geest
der waarheid is.
Waarom kan de H. Kerk (dat is, de Paus en Bisschoppen)
in geloofspunten niet falen of dwalen ?
Omdat zij, volgens de beloften van Christus, altijd bestuurd
wordt door den H. Geest, die de Geest der waarheid is.
Met welke woorden heeft Christus dit beloofd?
„ Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u eenen anderen
„ Helper geven om in eeuwigheid bij u te blijven, den Geest
„der waarheid. De Heilige Geest, dien de Vader in mqnen
„ naam zenden zal, die zal u alles leeren, en u alles indachtig
„maken wat Ik u gezegd heb." (Joan. XIV. 16. 26.)
Heeft Christus dat maar alléén aan de Apostelen beloofd, of
betrof die voorzegging ook de opvolgers der Apostelen, namelijk
den Paus en de Bisschoppen?
Die beloften deed Christus niet alléén aan de Apostelen
maar ook aan de opvolgers der Apostelen, den Paus en de