Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
331
c) Algemeen? „Het is mij nit den grond van mijn hart
leed, dat ik TJ mijn Heer en mijn God vergramd heb door
mijne zonden, d. w. z., ten minste zijn mij alle doodzonden ,
die ik bedreven heb , van harte leed.
d) Bovenal? „Het is mij nit den grond van mijn hart
leed, dat ik uwe goddelijke goedheid , die ik bovenal bemin,
vergramd heb en ik maak een vast voornemen liever te sterven
dan U te vergrammen.*'
Ziedaar de vier eigenschappen noodig tot een goed berouw,
beschouwd als droefheid over, en verfoeiing van de bedreven
zonden.
Dat men een berouw, hetwelk de vier voornoemde hoeda-
nigheden in zich vereenigt, niet uit zich zeiven hebben kan,
spreekt van zelf; zulk een berouw gaat ontegensprekelijk onze
natuurlijke krachten te boven , en moet ons dus door God
gegeven worden; 't is eene gave Gods. Het is dus zoo klaar-
blijkelijk , dat het berouw ook bovennatuurlijk zijn moet in
zijn oorsprong of beginsel, dat deze hoedanigheid in de akte
van Berouw niet eens behoefde uitgedrukt te worden.
Welke woorden duiien in de akte van Berouw aan, dat het
voornemen moet zijn a) vast? „Ik maak een vast voornemen."
b) sterk P „ de gelegenheden te schuwen, en liever te
sterven dan U te vergrammen."
c) Algemeen van tijd, en in zijn voorwerp ? „ van voortaan
niet meer te zondigen" ten minste geene doodzonde meer te
bedrijven.
16 V. Hoevelerlei is het berouw?
A. Tweeërlei: het volmaakt berouw en het onvol-
maakt berouw.
Omdat zoowel het onvolmaakt als het volmaakt berouw
uit twee deelen bestaat, en beide dezelfde hoedanigheden
moeten hebben, kan men met vrucht vragen: