Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
330
foeiing der bedrevene zonden met het voornemen niet meer
te zondigen, nit zeoenderlei gebrek niet goed zijn, nl, ten
als het niet inwendig, hartelijk gemeend ia ; ten , als het
niet bovennatuurlijk is, enz. Doeh deze waarheid moet wel-
meenende christenen volstrekt niet beangstigen. Een ieder,
die rechtzinnig, welgemeend, te goeder trouw, na zich be-
hoorlijk te hebben voorbereid, gelijk geleerd wordt in de §
dezer Les , zijne biecht gesproken heeft en zóó nog spreekt,
mag volkomen gerust zijn, dat hij het H. Sacrament der
Biecht met een goed berouw ontvangen heeft en nog ontvangt.
15 V. Kan jnen een berouw uit zich zeiven hebben?
A. Neen ; het berouw is eene gave Gods.
Met vrucht kan men kinderen opmerkzaam maken , dat
alle hoedanigheden of eigenschappen van een goed berouw
in de akte van Berouw worden aangeduid.
Om hun dit duidelijk te maken, late men eerst een kind
de akte van Berouw opzeggen, en vrage daarna: Welke
woorden duiden in deze akte aan, dat het berouw a) inwendig ,
uiterharte gemeetid moet zijn ?
Deze: „ Mijn Heer en mijn God , het is mij uit den grond
van mijn hart leed'*
b) Bovennatuurlijk in zijne beweegebden P
„ dat ik uwe goddelijke Majesteit en goedheid, die ik bovenal
bemin, vergramd heb door mijne zonden , (*) ik haat en
verzaak die uit liefde tot U." In deze woorden ligt zelfs
de beweegreden, waaruit een volmaakt berouw voortkomt,
opgesloten. Immers een volmaakt berouw komt voort uit
liefde tot God als het opperste goed in zich zeiven. (17«*« V.)
Welnu Gods majesteit en goedheid beteekent hier hetzelfde
als: God, het opperste goed in zich zeiven.
(♦) Sommige kinderen zeggen in akte van berouw: ik haak in
plaats van ik haat, een bewijs, dat ze niet begrijpen wat ze zeggen.