Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
329
het is beter voor u , dat één nwer leden verloren ga, dan
dat geheel uw lichaam ter helle ga." {Maith. V. 29. 30.)
Deze woorden van Jesus mogen zeker niet letterlijk worden
opge^'at, maar moeten in dezen zin verstaan worden: Wat
n eene naaste gelegenheid tot zondigen is, moet ge volstrekt !
vermijden, al was het u ook nog zoo dienstig en nog zoo lief. '
Ten moet het voornemen van niet meer te zondigen '
algemeen zijn in zijn voorwerp en algemeen van tijd; m. a. w., |
het moet zich uitstrekken tot alle doodzonden en tot geheel
den tijd, den duur van ons leven. i
Dit blijkt duidelijk uit de twee volgende vragen.
13 V. Welke zonden moet men noodzakelijk voor- ,
nemen te schuwen? \
A. Ten minste alle doodzonden.
De Catechismus zegt wederom (vgl. V. 11.): Ten minste
alle doodzonden; omdat het zeker wenschelijk is, dat men
het vaste voornemen make ook alle vrijwillige, voorbedachte j
dagelijksche zonden te vermijden.
14 V. Voor hoelang moet men voornemen die te i
schuwen ? '
A. Voor altijd. J
Een goed voornemen moot dus drie hoedanigheden hebben,
nl. zijn ten , vast, ten 2*1®, sterk en ten , algemeen in
zijn voorwerp en algemeen van tijd; anderszins blijft het
hart, de wil aan de zonden gehecht; in welk geval er geen |
spraak van berouw kan zijn.
Tot een goed berouw zijn dus vier, tot een goed voornemen
drie hoedanigheden noodig. Indien slechts ééne der opge-
noemde hoedanigheden aan het berouw of het voornemen
ontbreekt, is het berouw niet goed , niet voldoende om er ^
vergifienis van zijne zonden door te verkrijgen. Bijgevolg
kan het berouw, als bestaande uit droefheid over en ver- l