Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
328
Nu we weten, welke hoedanigheden het berouw — de droef-
heid — hebben moet, moeten we verder leeren, welke hoe-
danigheden tot een goed voornemen, het tweede deel van een
waar berouw, noodig zijn. Dit leert ons de Catechismus in
de drie volgende vragen.
12 y. Hoedanig moet het voornemen zijn van niet
meer te zondigen ?
A. Zoo vast en sterk , dat men ook bereid is
die middelen te gebruiken , welke noodig zijn om de
zonden te schuwen.
Dus moet het voornemen van niet meer te zondigen, d. w.
z., niet meer eene doodzonde te bedrqven, ten x>a&t zijn,
d. w. z., dat men den vasten, ernstig, oprecht gemeenden
wil moet hebben geen doodzonde meer te bedrijven; dus
niet, ik hoop, ik wensch, ik zal trachten, mijn best doen;
maar ik kan , ik wil, ik zal____
Ten 2Je, sterk, d. w. z., krachtdadig, werkzaam, zoodat
men meewerkt met de gratie Gods om niet meer in dood-
zonde te hervallen, en dus ook bereid is die middelen te
gebruiken, welke noodig zijn om de zonden te schuwen, d.
w. z., niet meer te bedrijven, er niet meer in te hervallen.
Als hoofdmiddelen om de zonden te schuwen, zijn ons door
Jesus zeiven aanbevolen: Waakzaamheid en gebed. „Waakt
en bidt, dat gij niet in bekoring komt." {Matth. XXVI. 41.)
Waakzaamheid over de neigingen van ons hart, over onze
zintuigen. Inzonderheid drukt Jesus zelf ons op het hart,
de naaste gelegenheid van doodzonde te vermijden, af te breken,
wat het ons ook moge kosten, „ Ik zeg u — zoo luidt in
deze zijn albeslissend woord — indien uw rechteroog u
ergert, ruk het uit, en werp het van u; want het is beter
voor u, dat één uwer leden verloren ga, dan dat geheel uw
lichaam in de hel geworpen worde. En indien uwe rechter-
hand u ergert, houw haar af, en werp haar van u; want