Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
327
Onder dit opzicht bestaat er een groot verschil tusschen
dood- en dagelijksche zonden, waaraan men plichtig is. Want
men kan vergiffenis krijgen van ééne soort dagelijksche
zonden, waarover men een waar beronw heeft, b. v. van
eene opzettelijke leugen, zonder dat men tegelijkertijd be-
droefd is over minder vrijwillige leugens , of andere soorten
van dagelijksche zonden , die men bedreven heeft, b. v. van
ongehoorzaamheid , oneerbiedigheid in de kerk, enz.
Om dit verschil aan te duiden voegt de Catechismus in
zijn antwoord op de 11''® V.: Over welke zonden moet men
berouw hebben P opzettelijk er bij: Ten minste ooer alle dood'
zonden , waaraan men plichtig is. Immers hoe wenschelijk
het ook zij, dat men berouw hebbe over alle dagelijksche
zonden , waaraan men plichtig is en zich in de Biecht be-
schuldigt , is dit toch niet noodzakelijk, omdat eene soort
dagelijksche zonden kan vergeven worden zonder de andere.
Ten 4''®, moet het berouw ook nog zijn bovenal, d. w. z.,
dat men ten minste elke doodzonde als het grootste kwaad
mate verfoeie, dat men liever alles, zelfs het leven zou willen
verliezen dan God nog met eene doodzonde vergrammen.
Van deze vierde eigenschap, hoedanigheid, tot een waar
berouw noodig, zoowel als de drie vorige, spreekt de Cate-
chismus hier niet uitdrukkelijk, maar elders genoegzaam dui-
delijk, nl. in de 21«" Les, V. Daar reeds leerden we, wat
het is: God beminnen bovenal, nl. Hem zoo beminnen, dat wij
liever alles, zelfs het leven willen verliezen dan God met
eene doodzonde vergrammen. En aan het einde van de akte
van berouw, welke de Catechismus bl. 77 aangeeft, betuigen
we nadrukkelijk : ik maak een vast voornemen liever te sterven
dan U te vergrammen door eene doodzonde.
Een waar berouw moet dus vier eigenschappen of hoedanig-
heden hebben. Het moet zijn ten l'^e, inwendig, hartelijk;
ten 2^1®, bovennatuurlijk èn in zijne beweegreden èn in zijn
oorsprong of beginsel; ten 3»®, algemeen, en ten 4'»®, bovenal.