Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
324
Een waar beronw bestaat dns nit ticee deelen. Ten nit
eene droefheid over, en verfoeiing van de bedreven zonden,
en ten nit een vast voornemen van niet meer te zondigen.
Omdat de droefheid over of de verfoeiing van de bedreven
zonden het hoofdbestanddeel, het wezen van een waar be-
ronw uitmaakt, wordt dit eerste deel van 't beronw gewoon-
lijk kortaf berouw genoemd , enkel en alleen ter onderschei-
ding, geenszins ter uitsluiting van het tweede deel van het
berouw, nl, het voornemen; want ook het goed voornemen is
tot een waar berouw noodzakelijk.
Beide deelen, nl. èn berouw èn voornemen moeten zekere
eigenschappen of hoedanigheden hebben om hetzij in of buiten
de biecht, tot vergifi'enis der zonden te dienen.
Welke hoedanigheden moet het berouw hebben , m. a. w.: Hoe-
danig moet het berouw zijn om vergifienis van de bedrevene
zonden te krijgen P
Ten moet het berouw inwendig, hartelijk, uiterharte
gemeend zijn; want tot een waar berouw is het niet genoeg
alleen met den mond te zeggen , dat men zijne zonden be-
treurt en verfoeit, alleen met den mond eene akte van berouw
op te zeggen, of uit een kerkboek te lezen , of alleen uit-
wendige teekens van berouw te geven.
9 V, Ia tot een waar berouw genoeg met den
mond te zeggen, dat men zijne zonden betreurt en
verfoeit ?
A. Neen; het berouw moet uit het hart voort-
komen.
Ten moet het berouw bovennatuurlijk zijn èn in zijne
beweegredenen èn in zijn oorsprong of beginsel.
Dit leert ons de Catechismus in de 10''® en 15''® V.
Dat het berouw bovennatuurlijk moet zijn in zijne beweeg-
reden , leert de 10''« V. duidelijk. Immers die luidt: