Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
322
u, zal zulk kind vergiflenis krijgen van vader on moeder ?
Blijkbaar, neen. God is een goedertieren en barmhartige
Vader jegens eiken berouwhebbenden zondaar, maar terecht
vergeeft Hij nooit dadelijke zonden zonder waar berouw van
den kant des zondaars. Het berouw is dus het noodzake-
lijkste deel ook van de Biecht, omdat zonder berouw nooit
dadelijke zonden kunnen vergeven worden. Christus zegt
ons ook nadrukkelijk: „tenzij gij boetvaardigheid doet, zult
gij allen vergaan." (Luc. XIII. 3.) Een ieder zij dus bij
het ontvangen van het H. Sacrament der Biecht bovenal
bezorgd een waar berouw te verwekken over zijne zonden.
§ 3.
Van het Beronw.
8 V. Wat is het berouw ?
A. Eene droefheid des harten en eene verfoeiing
van de bedrevene zonden, door dewelke men God
vergramd heeft, met het vaste voornemen van niet
meer te zondigen.
Het waar berouw is eene droefheid des harten, d. w. z.,
eene droefheid , die , een leedwezen , dat uit het hart, uit
den wil, uit het geestelijk deel van den mensch, nl. uit zijne
ziel voortkomt. (Ter verduidelijking kan men hier vragen ,
wat is de mensch P uit hoeveel deelen bestaat de mensch P
Vgl. bte Les, V.) Dus ten is het, gelijk 9 V. en A.
leert, tot een waar berouw niet genoeg, enkel met den mond te
zeggen, dat men zijne zonden betreurt en verfoeit. Want het
berouw moet uit het hart voortkomen, moet hartelijk, oprecht
gemeend zijn. Dus is, ten , tot een waar berouw eene
enkel zinnelijke, gevoelige droefheid, die alleen uit het zinne-
lijk , gevoelig deel van den mensch voortkomt, ook niet ge-
noeg. Want het waar berouw is uiteraard eene droefheid